In de centrale hal is goed te zien hoe het gebouw is geconstrueerd. Duidelijk onderscheidt zich de hoogbouw van de laagbouw. In deze hal worden jaarlijks enkele exposities van werk van beeldende kunstenaars gehouden. In het schitterende samenspel tussen water en planten staat het beeldhouwwerk van Ronald Tolman, de Kofferman ('l'Homme Valise').
Na het voorportaal komt men in de kleuren- en vormenrijkdom van de centrale hal en 'de groene straat'. Beelden en groenpartijen verkleinen op natuurlijke wijze het verschil tussen buiten- en binnenwereld. Bij de trap is de draaiing van de centrale kolom (per verdieping 4,5 graden) goed te zien. Doorlopend ontrolt zich het imposante karakter van het centrale trappenhuis. Als rond een ruggegraat wervelen de trapelementen omhoog, het spectrum van de regenboog volgend. De constructieve delen zoals de kolommen en de spil van het trappenhuis hebben een 'aardkleur' gekregen, als het ware om te symboliseren dat het gebouw stevig in de grond staat. De overige delen hebben andere tinten, waarvoor de kleuren van de regenboog zijn gebruikt. De vrouw van de architect Tom Alberts, Lani van Petten, heeft een belangrijk aandeel gehad in deze kleurentoepassingen. De kleuren zijn met opzet een beetje wolkerig aangebracht. In de diverse vergaderzalen in de laagbouw is een aantal kunstwerken van Raedecker te bewonderen.
De groene straat bevindt zich in de laagbouw. Ook hier ontmoet men beelden en groenpartijen. Deze groenvoorziening wordt regelmatig verzorgd door deskundige groenadviseurs. De totale laagbouw is maximaal drie verdiepingen hoog en is zodanig gebouwd dat een levendig totaalbeeld ontstaat. De daken zijn schuin aflopend en bedekt met glas en koper. Alle facilitaire diensten zijn op de begane grond gevestigd.
Het bronzen beeld voor de ingang van de Maasvlaktezaal in de groene straat is van Paul van Dijk, die werkt volgens de antroposofische school. Zo herkent de kunstenaar de speciale betekenis van water als voorwaarde voor het ontstaan van iedere vorm in de levende natuur. Water kent bovendien geen stilstand, maar is ‘in zijn element’ bij een ritmische beweging. In deze sculptuur verzamelt het water zich in het bekken aan de zijkant waarna het ‘als de hartslag van de mens’ in het waterbassin valt.
Het waterbeeld aan het eind van de groene straat is van Herman Bartelds. Ook deze kunstenaar is een bewonderaar van de ritmische beweeglijkheid van het water. In de verbeelding gaat het kunstwerk in op de kracht van het water als verbindend element tussen het verticale en het horizontale.
Voor de ingang van de PR-zaal zijn twee schilderijen van Sam Drukker te zien. De twee vrouwen in het groen, sluiten aan bij het lommerrijke karakter van de groene straat.
De PR-zaal is voornamelijk bestemd voor de ontvangst van bezoekers en voor presentaties. Achter de katheder hangt het drieluik ‘Geboorte, leven, dood’ van Frank van Hemert.Er is een vast auditorium met ruimte voor 80 mensen, met verplaatsbare stoelen kunnen in totaal ruimte 200 zitplaatsen of 250 staanplaatsen worden ingericht. Speciaal voor de vensters ontwierp Marte Röling de feestelijke 'Vlaggen van Rood Koper'.
De architecten gebruikten veel hout, het organische materiaal bij uitstek, vanwege het warme karakter. De trapleuningen die we veel vastpakken, zijn daarom ook van hout, en op deze plek is de enige trap die helemaal van hout gemaakt. Er is overigens nergens in het gebouw tropisch hout gebruikt: alles in het gebouw is afkomstig van beuken uit productiebossen in Europa en Amerika.
Het idee van een doorkijk is hier versterkt door twee schilderijen van Jan Worst. Het zeer fijn gepenseelde, poëtische werk contrasteert met de veel technischer bewegende vogels van Christiaan Zwanikken.
Vanaf de loopbrug op de eerste etage heeft men zicht op de tweede verdieping, de 'blinde etage' waar de technische apparatuur staat: dat verklaart de blauwe roosters in de buitenmuur. Hier is ook de baksteen te zien, weer een warm materiaal dat zodoende past in de organische architectuur. Bovendien laten de architecten zich graag leiden door grondstoffen die gemakkelijk voor handen zijn, in Nederland is dat klei. Vandaar dat baksteen het typisch Nederlandse bouwmateriaal is, dat goed isoleert bovendien. Er zijn drie kleuren in toegepast: zonnig geel aan de bovenkant, helder rode steen die verwijst naar de aarde zelf en dan specifiek de grillige rotsformaties van Monument Valley in de Verenigde Staten waar de natuur voorbeelden bood voor vormen in de architectuur. Als onderste laag is de hard gebakken paars-rode steen te zien. De donkere kleur verankert het gebouw op aarde. Er zijn1,5 miljoen stenen gebruikt.
Binnen zijn vanaf deze lounge de blauwe buizen van de vide te zien, maar bovenal is er een goed zicht op de stemvork.
De stemvork is vanaf de loopbrug-positie duidelijk zichtbaar. De centrale kolom van de stemvork draagt de zwevende delen van het trappenhuis. Deze constructie is bedacht om de ruimte in de laagbouw open te houden: normaal zouden er zuilen in het midden van de hal nodig zijn om het gewicht te dragen. De verticale krachten die het gewicht van de bovenbouw op de centrale kolom uitoefent, worden via beide poten van de stemvork naar de twee kolommen in de laagbouw geleid. Deze constructie is een technisch hoogstandje van dit gebouw: deze techniek was niet eerder toegepast.
Langs de grote trap in de videkap zijn plantenbakken geplaatst, steeds op wisselende plaatsen die bijdragen aan een eigen karakter per verdieping. Door de groei van de planten ontstonden 'hangende tuinen', waardoor het hart van het gebouw ook een groen hart is.
Om de medewerkers het gevoel te laten ervaren dat zij een eenheid vormen, is onder andere een immense videkap van ruim 60 meter hoog en 40 meter breed in het ontwerp gebracht. Alle verdiepingen staan langs deze videkap visueel in verbinding met elkaar. In het trappenhuis hangt permanent een belangrijk gedeelte van de collectie beeldende kunst .
In de vide zijn klimhaken aangebracht waardoor de glazenwassers de ramen aan de binnenkant kunnen wassen. Zij dalen hierbij de vide af als bergbeklimmers. Het onderste deel van de vide wordt gewassen met behulp van een hoogwerker. Voor de buitenkant worden bakjes, waarin glazenwassers werken, vanaf het dak neergelaten.
De buizen van de vide zijn een onderdeel van het klimaatbeheersingssysteem. Om te voorkomen dat de ramen van de vide beslaan, zijn in de buizen ongeveer 6000 gaatjes (nozzles) aangebracht van waaruit koude of warme lucht tegen het glas wordt geblazen. In de buizen wordt de luchttoevoer geregeld door kleppen. Door dit systeem gaat warme lucht niet omhoog en koude lucht niet omlaag.
Vanaf de loopbrug wordt de functie van de centrale hal als ontmoetingsplaats nog duidelijker. Ook de lounge heeft deze functie. Met name na de lunch tafelen veel medewerkers hier nog even na. Tussen lounge en restaurant hangen zes kunstwerken van Peter Struycken.
Het restaurant is uitgevoerd in glas zodat medewerkers (en gasten) hebben het gevoel dat ze buiten of in een serre zitten te eten. Dat wordt versterkt door de tuin die is aangelegd op het dakterras. e regenboog komt hier terug op de wand (de blinde, tweede etage) en in de kleuren van de stoelen. Het organische uitgangspunt vindt men terug in de vorm van de houten tafels, die aaneengeschakeld meanderend is. De buizen die onder het glas zijn aangebracht, maken deel uit van het luchtbehandelingssysteem. 'Nozzles' of ook wel genoemd 'theepotten' in het buizensysteem blazen zuigen de door de zon verwarmde lucht af, die in de vide wordt hergebruikt. Onder de regenboogwand wordt via roosters koele lucht in het restaurant geblazen, zodat de luchttemperatuur goed te regelen is.