CBK - Groningen

Uitleengasten, de keuze van…

Openingswoord van Pieter Trienekens, directeur Gas Transport Services, dochteronderneming van Gasunie bij de expositie ‘Uitleengasten 5’ in het CBK, zaterdag 22 juli 2006, 16.00 uur.

Geachte dames en heren, beste Liesbeth

Toen Liesbeth Grotenhuis mij enkele weken geleden vroeg of ik 22 juli tijd in mijn agenda had, vroeg ik natuurlijk eerst waarom. Dat het iets met kunst te maken had, kon ik natuurlijk wel vermoeden. Dat ik gevraagd zou worden om deze expositie te openen, wist ik toen niet. En dat ik daarbij als kunstliefhebber zou worden aangekondigd, al helemaal niet.

Dus toen deze dag naderde, was dat een goede gelegenheid om eens over de vraag na te denken of ik een kunstliefhebber ben en zo ja, hoe dat zo gekomen is. Laat ik beide vragen maar beantwoorden door u zo’n 20 jaar mee terug te nemen in de tijd. Mijn vrouw en ik kwamen toen vanuit de Randstad naar Groningen, waar ik aan de slag ging bij Gasunie.
In die tijd was er een zeer actieve kunstcommissie, die zich toelegde op het organiseren van exposities, het aankopen van kunst van hedendaagse Nederlandse kunstenaars ten behoeve van de bedrijfscollectie, en alles wat daar verder bij komt kijken.

En ik vond dat prachtig! In de eerste plaats omdat kwalitatief goede kunst overal aanwezig was en daardoor alleen al een contrast creëerde met een in hoge mate technisch en rationeel bedrijf. In de tweede plaats, omdat je kon merken dat bijna iedereen er door geïntrigeerd raakte en ook zelf graag een origineel kunstwerk op zijn/haar werkkamer wilde hebben. En nog steeds is dat het geval: reproducties zijn bij Gasunie nauwelijks te vinden, afgezien van de alom aanwezige leidingkaarten.

Kunst werkt dus, is mijn conclusie, en een goede bedrijfscollectie wordt zeer gewaardeerd. Ook de gunstige aankoopregelingen voor onze medewerkers en het aanbieden van kunst bij bedrijfsjubilea heeft zeker bijgedragen aan de grote waardering die kunst en de kunstcommissie binnen ons bedrijf geniet. En het heeft een duidelijke impuls gegeven aan het “cultuurklimaat”in Groningen, met als hoogtepunt de bijdrage tbv het Groninger Museum, onmogelijk zonder het kunstvriendelijke klimaat.
In die zin is er een duidelijke overeenkomst met de rol van het CBK, namelijk door het aanbieden van goede kunst de drempel voor een groot publiek verlagen. Interessante vraag daarbij is of een bedrijfscollectie andere eisen worden gesteld dan aan een collectie die bedoeld is voor publieke uitleen. Misschien dat Liesbeth bij uitstek iemand is die daar een goed oordeel over kan geven, zeker na het samenstellen van deze expositie. Het feit dat een bedrijfscollectie tentoongesteld wordt voor iedereen toegankelijke ruimte heeft er in het verleden wel in een aantal gevallen toe geleid dat bezwaar gemaakt werd tegen kunst die als té grensverleggend werd ervaren. In die zin heeft een collectie als van het CBK wellicht meer vrijheidsgraden dan een bedrijfscollectie als de onze. Aan de andere kant zijn wij weer wat minder gebonden aan de kleuren van het bankstel van onze doelgroep dan het CBK.

We hebben voor de expositie niet alleen onze conservator uitgeleend, maar ook een groot doek van Armando. Het werk, met als titel ‘Das Gefechtsfeld’ is een van de topstukken van de collectie die mij na aan het hart ligt. Het hangt normaliter op mijn werkkamer en heeft al tot veel discussie geleid. Het is een werk dat veel mensen te somber vinden om elke dag te zien. Ik associeer het altijd met de tocht door de Rode Zee. Het staat daarmee symbool voor een tocht gedreven door moed en nieuwsgierigheid, met geloof in eigen kunnen. Daarmee is het allesbehalve somber, eerder optimistisch ondanks de diepzwarte kleurstelling. En, Liesbeth, het past qua kleur perfect bij jouw dieprode bank!

Dames en heren, het is mij een waar genoegen om deze expositie te mogen openen, ik geloof dat daar nog een openingshandeling bij hoort, maar voordat ik daartoe over zal gaan wil ik iedereen die er aan bijgedragen heeft van harte te complimenteren met het resultaat.
Ik dank u voor uw aandacht!