Expositie Stromingen

Zondagmiddaglezing door Annemarie Buren

Hans Coenen vertelde ons in zijn presentatie over de activiteiten van Gasunie in het algemeen en over Gasunie Deutschland in het bijzonder. Met de komst van het Noord-Duitse leidingnetwerk gaan de gasstromen verder en worden internationaal. In aansluiting op dit heugelijke feit stelde de kunstcommissie deze thematische tentoonstelling samen van internationale allure.

In deze tentoonstelling is werk van vier verschillende kunstenaars te zien. Twee kunstenaars uit Duitsland en twee uit Nederland. Elk op hun eigen wijze laten zij ons het landschap zien en de sporen van menselijke ingrepen op het landschap.

In deze presentatie zullen de vier kunstenaars aan bod komen. Niet alleen aan het werk dat op deze tentoonstelling wordt getoond zal aandacht worden besteed, maar ook aan ander werk van deze kunstenaars. Door daarnaast andere kunstenaars aan bod te laten komen zal ik proberen het werk in een kunsthistorische context te plaatsen.

Aimée Terburg
De Groningse kunstenares en kunstschilder van origine maakte een uitstapje naar de fotografie voor het project ‘Camions’. Voor dit project, wat uitmondde in het fotoboek ‘Camions’, heeft Aimee 400 achterkanten van vrachtwagens gefotografeerd.

Een jaar lang richtte ze zich op dat deel van de vrachtwagens wat door vrachtwagenchauffeurs in hun jargon liefkozend het kontje van de vrachtwagen wordt genoemd. Bij tankstations, truckwasstraten, grensovergangen en industrieterreinen sloeg zij haar slag. Ze legde met haar camera niet alleen laadkleppen vast maar ook achterkanten van tankwagens, een wagen beladen met houten planken of een bietenwagen. Het is de diversiteit aan vrachtwagens, die we vaak onopgemerkt voorbijrijden op de snelweg, die Aimee ons wil laten zien.

Van de 400 foto’s selecteerde ze 55 foto’s die werden afgedrukt in het fotoboek, ‘Camions’. In het boek staan de foto’s van de vrachtwagens gesorteerd op ritme van vorm, kleur en vlakverdeling. Zo staan bijvoorbeeld de tankwagens bij elkaar in het boek en de vrachtwagens met een horizontale indeling van de laadklep.

Speciaal voor deze tentoonstelling heeft Aimee de foto’s laten afdrukken op verschillende formaten. In deze tentoonstelling heeft ze de sortering uit het boek los gelaten en gekozen voor nieuwe combinaties. Met deze verschillende combinaties en de verschillende afdrukformaten toont ze nieuwe eigenschappen van de Camions en legt ze nieuwe verbanden.

Hoewel Aimee voor dit project overstapte van de schilderkunst naar de fotografie vertonen de vrachtwagens verwantschap met de schilderkunst. Aimee Terburg ziet de vrachtwagenachterkanten namelijk niet als industriële voorwerpen, maar ziet er abstracte schilderijen in. Ze vergelijkt ze er mee en geeft ze namen die verwijzen naar schilderkunst. Ze let hierbij op vlakverdeling, kleur en structuur.

De witte vrachtwagen heeft ze als bijnaam Martin A. gegeven. Verwijzend naar de Amerikaans-Canadese kunstenaar Agnes Martin. Ze heeft de naam van de kunstenares omgedraaid om het een wat stoerdere en mannelijkere titel te geven, dat past immers beter bij een vrachtwagen. De kunstenares Agnes Martin maakt abstracte minimalistische doeken en tekeningen. Haar werk bestaat veelal uit vierkante doeken gevuld met lijnen die samen een grit vormen. Overeenkomsten tussen de vrachtwagen en het werk van Agnes Martin zien we in de staande rechthoek, de kleur en de verticale lijnen.

Niet alleen in de structuur en de opbouw van de laadklep ziet Aimee overeenkomsten met de schilderkunst maar ook in de kleur en in de belettering en de overschilderde belettering van de vrachtwagens. Aimee vertelde dat deze wagens niet meer gebruikt worden door Nederlandse transportbedrijven. De reclame wordt overgeschilderd en de vrachtwagens kunnen aan hun tweede leven beginnen in Oost-Europa en Afrika. Zoals te zien is op de foto gaat dat niet netjes maar puur functioneel. De namen van de firma mogen niet leesbaar meer zijn. Hoe het er verder uit komt te zien is niet van belang. Soms levert dit echter mooie en verrassende effecten op zoals we zien bij de rode vrachtwagen.

Ook deze vrachtwagen heeft een metamorfose ondergaan om aan zijn tweede leven elders te beginnen. Deze vrachtwagen 4355 noemt Aimee naast de titel de Rooie Smilda ook wel de Rothko. Vernoemd naar de grote Amerikaanse abstract-expressionistische kunstenaar Mark Rothko. Deze kunstenaar staat bekend om zijn grote abstracte doeken gevuld met intense kleurvlakken die door de vervagende randen lijken te zweven op het doek. En wanneer we het werk Oranje Geel uit 1956 van Rotkho bekijken zien we waarom Aimee het werk Rothko noemt. De achterkant van de vrachtwagen is met een dieprode verf overschilderd, maar niet gelijkmatig. Hierdoor wordt een zelfde soort effect bereikt als in de werken van Rothko.

Wanneer we de vrachtwagens op deze manier bekijken en ze vergelijken met bestaande kunstwerken dan zijn de achterkanten als schilderijen die uit de werkelijkheid zijn geplukt. Voor Aimee is de snelweg net een groot museum. Soms blijft ze expres achter zo’n mooie vrachtwagen rijden het is voor haar een joekel van een schilderij die je zomaar tegenkomt in het landschap.

Speciaal voor deze tentoonstelling heeft Aimee een foto gemaakt van de vrachtwagen van Gasunie. Ze heeft de vrachtwagen gefotografeerd bij de grens met Duitsland. Heel wat keren is de vrachtwagen al op en neer geweest naar het kantoor van Gasunie Deutschland in Hannover en deze zal nog vaak de grens over gaan.

Benjamin Nachtwey
Van de gefotografeerde vrachtwagens, waarbij de schilderkunst een grote rol speelt, gaan we nu kijken naar de schilderijen van Benjamin Nachtwey. In zijn werk komt de schilderkunst pur sang aan bod. Hij gebruikt traditionele schildersmaterialen als olieverf, acrylverf en doek en hanteert een realistische schilderstijl. Ook hij laat zich inspireren door vrachtwagens, zoals we zien in deze twee doeken. Het zijn echter niet de vrachtwagens op zich waar Benjamin Nachtwey bekend om is. Maar voornamelijk om de tankstations, Raststättes en supermarkten die we onderweg langs de snelweg tegenkomen.

Hoewel het Duitse tankstations en raststattes zijn die op zijn doeken voorkomen komen de thema’s ons toch bekend voor. In Nederland vinden we soortgelijke tankstations langs de snelwegen. Dit zijn universele thema’s. Nachtwey schildert niet alleen tankstations maar ook andere gebouwen die hij tegenkomt langs de Duitse snelwegen. Zoals bijvoorbeeld de werken met Duitse supermarktenketens als Liddl en Aldi. Deze werken worden niet op de tentoonstelling getoond maar zijn aardig om te laten zien. Het thema wat hij hier afbeeldt is minder universeel dan de tankstations het is in onze ogen veel Duitser dan de tankstations. Al komen deze thema’s ons steeds bekender voor.

Door zijn schilderijen krijgen de tankstations en Raststattes een gezicht. Verlaten desolate oorden waar we met de auto langs razen en niet langer willen blijven dan noodzakelijk is. Mensen en auto’s ontbreken vaak op zijn werken waardoor de plaatsen nog leger en stiller worden. Soms zien we wel een auto of een persoon in de verte, maar deze zijn zo miniem en vaag afgebeeld dat ze geen rol van betekenis spelen.

Een kunstenaar waar we het werk van Nachtwey mee kunnen vergelijken is Frank Lisser die in 2006 een tentoonstelling bij Gasunie had. Zijn werk doet denken aan de werken van Nachtwey. Ook hij schildert verstilde en desolate plekken zonder mensen. Lisser toont ons de leegte in huizen, bushokjes en straten. Het zijn de lampen die oplichten in zijn mistige werken en kleur geven aan het werk. Dit zien we ook terug bij de Nacht-tankstellen en in het werk Caravan van Nachtwey. We zien tekenen van leven, het elektrisch licht, maar mensen zien we niet.

Een andere kunstenaar waar we het werk van Nachtwey mee associëren is de Amerikaanse schilder Edward Hopper. Deze schilder schilderde realistische werken van landschappen, Amerikaans aandoende gebouwen, huiselijke taferelen, een tankstation uit 1940, voorstellingen die typisch Amerikaans ogen. Wat opvalt is de verstilling en het desolate gevoel die zijn werken oproepen. Wanneer we het werk goed bekijken zien we deze overeenkomsten tussen het werk van Nachtwey en Hopper, maar we zien ook grote verschillen. In het werk van Hopper komen vaak mensen voor terwijl dat bij Nachtwey niet het geval is. De moeilijke communicatie tussen de mensen in het werk versterkt het desolate gevoel, de angst en de vervreemding zoals in zijn bekende Nighthawk café uit 1942. Bij Nachtwey versterkt juist het ontbreken van mensen het desolate gevoel.

Het is eerder de kunstenaar Ed Ruscha, tevens Amerikaans, waar we meer overeenkomsten in zien. Deze kunstenaar uit de jaren zestig en zeventig liet zich eveneens inspireren door hetgeen hij onderweg langs de snelweg tegenkwam. In 1963 publiceerde hij het boek Twenty-six Gasoline Stations. Het boek bevat triviale foto’s van 26 tankstations langs de Route 66. Deze serie van Ed Ruscha doet ons ook weer denken aan de manier van werken van Aimee Terburg. Zij verzamelde vrachtwagens en Ruscha de tankstations, beiden publiceerde hun foto’s in een boek. Het boek vormt het kunstwerk.

Van een van de foto’s maakte Ruscha het olieverfschilderij Standard Station Amarillo Texas uit 1963. Dit werk heeft, hoewel het thema hetzelfde is, een heel ander uiterlijk dan de werken van Benjamin Nachtwey.
Het is veel gestileerder geschilderd dan de schilderachtige werken van Nachtwey. Door de strakke lijnvoering doet het eerder aan als een reclame-uiting dan een olieverfschilderij.
Het zijn vooral de zwartwit foto’s van Ruscha van de tankstations bij nacht die ons doen denken aan de Nacht-Raststattes van Benjamin Nachtwey. Door het fotograferen in het donker en het gebruik van een korte sluitertijd lijkt de foto bewogen. De randen van de voorwerpen vervagen ten opzichte van de achtergrond. Dit zien we ook bij de tankstations van Nachtwey. De lichtreclame en lampen worden wit op de foto. Net als bij de tankstations bij nacht van Nachtwey springen de oplichtende delen naar voren in de lege en verlaten tankstations.

Toch is er af en toe een auto of vrachtwagen te zien in zijn werk. In het ene werk speelt het een grotere rol dan in ander werk. In het werk Raststatte Aral zoemt Nachtwey bijvoorbeeld in op een vrachtwagen die stilstaat bij een tankstation. De vrachtwagen neemt een prominente plaats op het doek in. In andere werken zoemt Nachtwey nog meer in op de tankstations en schilderde details van gebouwtjes die je vaak bij tankstations aantreft. Zoals deze details van een Total tankstation.
Wanneer Nachtwey nog verder inzoemt ontstaan abstracte doeken. Maar zijn ze wel zo abstract als ze doen lijken? De geel met rode kleur doet, Nachtwey’s tankstations kennende, meteen denken aan een Shell-tankstation. Nachtwey zoemde in op de tankstations en maakte van enkele details een compleet schilderij dat in wezen abstract is.

Bianca Runge
Waar Benjamin Nachtwey ons het Duitse landschap laat zien, toont Bianca Runge ons het Nederlandse landschap en Nederlandse stadsgezichten. Strand, dijken, golfbrekers, polders, stadsgezichten, een gracht, gebouwen zoals het vredespaleis in Den Haag. Het zijn Oer-Hollandse beelden die we herkennen in de werken van Bianca Runge.

Als overeenkomst tussen het werk van Nachtwey en dat van Bianca Runge zien we de afwezigheid en de leegte. Waar Nachtwey mensen en auto’s weglaat door ze niet af te beelden doet Runge dit rigoureuzer. Ze snijdt het onderwerp uit de afbeeldingen die ze vindt in tijdschriften en magazines. Door verschillende afbeeldingen over elkaar te plakken ontstaat een gelaagdheid die ons ongewoon voorkomt.

Hoewel het onderwerp uit de afbeelding is gesneden blijft het aanwezig doordat de silhouetten overblijven. Het samenspel tussen het aan- en afwezige zorgt voor een vervreemdende werking. De ontstane gaten geven plaats aan een nieuwe afbeelding die erachter wordt gelegd. Bianca Runge creëert in haar werk op deze manier een nieuw maar onrealistisch landschap. Zo geeft ze in haar werk vorm aan haar persoonlijke werkelijkheid.

We zien herkenbare plaatsen in haar werk, zoals bijvoorbeeld het Vredespaleis in Den Haag, toch kunnen we het niet goed plaatsen omdat het uit de oorspronkelijke context is gehaald en het in een nieuwe onrealistische wereld is geplaatst. Herkenbare punten om ons op te focussen zijn weggehaald. Zelfs de titel, de werken zijn Hollands Landschap 1 tot en met 11 genoemd kunnen ons geen houvast geven. Toch prikkelen de silhouetten ons om mee te gaan in de onbekende nieuwe wereld.

We noemen de werken van Bianca Runge fotocollages. De term collage komt van het Franse woord coller wat lijmen betekent. Het is een veel gebruikte techniek waarbij verschillende materialen op een plat vlak worden gelijmd. Dit kunnen allerlei materialen zijn, van papier, karton en foto’s tot textiel.

Een kunstenaar die bekend staat om zijn collages is bijvoorbeeld Pablo Picasso. Het werk ‘Gitaar’ van Picasso uit 1913 bestaat uit stukken krant, behang en stukken papier waarop delen van een gitaar getekend zijn. Ook de Dadaïsten, die zich rond de eerste wereld oorlog manifesteerden gebruikten de collagetechniek. Een goed voorbeeld is het werk ‘cut with the kitchen knive’ van Hanna Höch uit 1920. Het is een chaotisch geheel van krantenknipsels en foto’s. Het geeft de chaos en politieke onrust weer van de periode na de eerste wereldoorlog. De dadaïsten gebruikten de collagetechniek om hun kritiek op de politieke situatie te uiten.

Bianca Runge werkt de collage techniek, zoals we die zagen bij Picasso en Höch, verder uit. Ze maakt een collage met afbeeldingen die ze vindt in tijdschriften en magazines. Ze snijdt de onderwerpen er uit en legt meerdere afbeeldingen over elkaar.

We zien echter niet de oorspronkelijke collage, dit zijn kleine werken naar het formaat van de afbeeldingen uit de tijdschriften. Deze kleine collages scant ze in en ze blaast ze op tot een formaat van 1 bij 1 meter.

Ook de pixels, de stipjes waaruit een afbeelding wordt opgebouwd, worden mee uitvergroot. Bianca Runge laat deze pixels zichtbaar en retoucheert ze niet. De pixels lijken als een oneindige gekleurde sterrenhemel boven de afbeelding te zweven. Zo ontstaat nog meer diepte in de nieuwe werkelijkheid. Het nodigt de beschouwer uit zich mee te laten voeren de diepte in, de nieuwe werkelijkheid in.

Niet alleen van Hollandse Landschappen heeft ze fotocollages gemaakt, maar ook van Pin-ups uit modetijdschriften maakte ze fotocollages. Met deze onderwerpen is ze begonnen. Bij de Pin-up serie sneed ze het lichaam van het model weg, kleding en accessoires bleven over. Eronder werden andere lagen gelegd. In de hier getoonde werken zijn dat een reclame uiting en een druk bloemenpatroon.

Na de pin-ups maakte ze collages van onderwater werelden waarin tropische vissen zwemmen, geïnspireerd door een dierenatlas.

In de afbeeldingen van vissen sneed ze alle zichtbare ‘vissenhuid’ volledig weg om de ontstane opening als venster te laten fungeren op een andere wereld. De vinnen van de vissen liet ze zitten. Ze zijn volgens haar vergelijkbaar met haren of kleren van modellen die zo fijn wapperen in een föhnbriesje. Al snijdend ontstaan er vormen die ruimte geven voor associaties.

De vissen, de pin-ups en de Hollandse Landschappen zijn voor Bianca Runge een middel om iets te onderzoeken: ‘hoe kan ik mijn eigen werkelijkheid vormgeven?’ Vraagt ze zich af. Ze doet dit door overal het onderwerp weg te halen, zo komt er een nieuwe wereld tevoorschijn. En die onverwachte nieuwe werkelijkheid schept ruimte in haar denken.

Ook Bianca Runge werkt aan een boek over haar werk. In oktober zal het boek ‘No Subjects’ in Galerie van den Berge in Goes gepresenteerd worden. De onderwaterbeelden, de pinups en de landschappen die op deze tentoonstelling worden getoond zullen in het boek aan bod komen.

Christian Hack
Ten slotte is er een werk van de Duitse kunstenaar tentoongesteld. In zijn stalen sculptuur symboliseert hij het idee van ‘Crossroads’, kruispunten. Hoewel het beeld van zware cortenstaal is gemaakt spreekt uit het werk beweging. Niet alleen de titel doet ons denken aan drukke kruispunten. Ook de in het beeld verwerkte c’s, die staan voor de ‘crossroads’, verbeelden door hun ronddraaiende vorm beweging. Ze lijken ook te verwijzen naar rotondes waar auto’s hun ronde doen.

Deze vier kunstenaars hebben ieder hun visie op het landschap laten zien en vooral op de ingrepen daarin door menselijke hand. In het werk van Aimée Terburg zagen we de vrachtwagens, bij Benjamin Nachtwey de tankstations langs de Duitse snelwegen. Bij Bianca Runge de Hollandse landschappen en stadsgezichten. Christian Hack toont in zijn werk ons zijn beeld van infrastructuur.

Hopelijk plaatst dit e.e.a. in een context, zodat met nieuwe ogen naar de werken uit de expositie kan worden gekeken.

Hartelijk dank voor uw aandacht.