Janke Klompmaker

Wij gebruiken papier om op te printen of, ouderwetser, om op te schrijven. Het is voor kunstenaars een ideale drager voor een tekening of schilderij. Al hebben sommigen daar een heel ander idee over. Zo zet Janke Klompmaker papier op een heel andere manier naar haar hand in een ultieme winterexpositie.

EERLIJKE NATUUR
Winterwit staan daar groepen tafels. Verstild door de kleur, met hier en daar een vleug roze, zilver. Maar ook de natuur speelt een essentiële rol, zoals er links en rechts gedroogd riet uit een koffer steekt. De stengels zijn gratis en eigenhandig plukbaar, net zoals de kubisten kroonkurken of papiersnippers van de staat raapten voor collages. Maar verder stokt de vergelijking met ‘waardeloos materiaal’ van de straat: riet is ‘arm’ maar, belangrijker, als ‘eerlijk’ materiaal afkomstig uit de natuur. Deze werkwijze gaat terug op de kunststroming Arte Povera, die graag natuur met cultuur vermengt, terwijl de twee oorspronkelijk juist als elkaars ultieme tegenpolen golden.

RIETBRUID
Janke Klompmaker leest de natuur door haar handen te laten ‘brainstormen’. Waar wij slechts tijdens een romantische boottocht onze vingertoppen door het koele water slierten, zo zoeken en drogen Jankes handen bladeren, plukken riet en binden deze samen. Zij naait de zo ontstane rietzuilen vervolgens in transparante tule, in een samenspel van natuur en cultuur. En worden deze als bruiden geïdentificeerd, ontstaat een mythische knipoog: om aan haar begerige belager te ontkomen, veranderde de Griekse nimf Syrinx in heuse rietpluimen. In Klompmakers betreffende werk ‘Where’s my groom’, verschijnen de potentiële huwelijkspartners als getekende contouren op de muur. Bruiden zijn geen kunsthistorische noviteit, maar een vergelijkbare onbereikbaarheid verbeeldde Marcel Duchamp al in 1915-23.

STILLEVEN-ALTAARTJES
Janke Klompmakers bruiden staan bol van verwijzingen, in later werk bevatten haar beelden een universelere betekenis. In de eerste plaats legde zij zich als een Zen-monnik beperkingen op: slechts tafels stonden bepaalde tijd op haar artistieke menu. Van het type met zeer specifieke maatverhoudingen qua smalle, hoge poten en een vierkant blad. Van huis uit ontstonden tafels uit altaren voor rituelen, maar de schilderkunst leert dat stillevens er op uit te stallen een minstens zo succesvolle functie is.
En zie hoe vervolgens de Arte Povera- ideeën naar eigen hand gezet worden: rozen steken dwars door tafelbladen heen. Witte gedroogde bonen liggen minimalistisch in een ietwat hol tafelblad, een reeks gestreepte vogelveren staat er fier rechtop ingeprikt. De kleur en textuur onderscheiden zich hier nog duidelijk van de tafels, maar dan versmelten zaaddozen en schelpen er volkomen mee. De natuurelementen zijn niet langer echt, maar van papier. Nog verder uit hun context werken ze enerzijds vervreemdend, anderzijds spreken deze een natuurlijke en daarmee logisch ogende vormentaal.

SERENE ZIJDEVLOEI
Gelukkig zijn de meeste organische vormen boven op het meubilair verwerkt: het voorkomt, meestal althans, dat we ons zware lichaam erop te rusten zetten. Dat verdient hier geen aanbeveling: de werken zijn gemaakt van flinterdunne lagen op elkaar geplakt papier. Een kwetsbaar materiaal, dat in Japan bovendien geldt als de spiegel van de ziel. De overheersend witte kleur versterkt niet alleen het broze uiterlijk van de kunstwerken, de kunstenares betitelt de tint ook als ‘onaantastbaar’.
En kijken we wel naar meubilair? Kunnen we niet beter spreken van ‘de geest van de stoel’? Laten we daarvoor het maakproces onder de loep nemen: een voorwerp, het liefst uit het dagelijks leven, wordt beplakt met papier, dun pergamijn of zijdevloei. Eenmaal gedroogd, snijdt de kunstenares dit los, haalt het voorwerp eruit en beplakt het omhulsel vervolgens als een alchemist terug tot een geheel.

VERZAMELINGEN
De voorwerpen staan niet op zich, maar bestaan bij de gratie van elkaar. Ze worden als serie gepresenteerd en spelen mede daarom met de ruimte. Gedichten vullen de betekenis van de zo ontstane installaties aan, net als het licht en geluid. Een voorbeeld: zwarte nachtkastjes staan in een ijzig schijnsel, blauw, omgeven door flarden wolvengehuil. Of zíjn de duistere mallen op vier poten zelf wolven?
Een tent biedt niet de gebruikelijke geborgenheid: flinterwitte stroken wapperen op bij elk zuchtje wind, door subtiele handgeknipte ajourpatronen tovert licht decoratieve dessins op de vloer. Ooit zag zij licht intrigerend door de planken muur van een schuur kieren, dat zij ‘ving’ op een speciaal aangebrachte mosvloer.

CYCLUS
De werken zelf zijn onderdeel van de levenscyclus. Geurende rozen, door het tafelblad gestoken, zullen gedurende de expositie verdrogen en uiteindelijk uiteenvallen, hoewel een dergelijk proces in zijn totaliteit zes jaar in beslag neemt. Maar ook het ragdunne papier zal uiteindelijk verpulveren, een moedige daad om kunst te maken die de tand des tijds niet zal doorstaan. Maar daar draait het precies om: onze belevenissen veranderen in flarden herinneringen. Juist deze zijn de aanzet voor de winterwitte objecten. Het is tijd voor introspectie. Het zal een compliment zijn voor Janke Klompmaker, die in haar werk de schoonheid van het imperfecte en de waarheid van het vergankelijke zoekt.