Spring naar inhoud

Werkzaamheden

Omgevingsloket

Affakkelen, afblazen en airmoven

Voordat we starten met onze werkzaamheden verwijderen we soms eerst een hoeveelheid restgas uit het systeem, zodat er door de medewerkers veilig kan worden gewerkt. Dat doen we door gas af te fakkelen of af te blazen. Affakkelen betreft het gecontroleerd verbranden van gas. Dit gaat gepaard met een zichtbare vlam. Bij afblazen laten we het restgas vrij in de lucht. Dit kan gepaard gaan met een krachtig geluid dat hoorbaar kan zijn in de omgeving. Ook kunt u een gaslucht ruiken. Aansluitend zuigen we eventuele restanten gas die nog in de leiding aanwezig zijn eruit. Dat doen we door een constante luchtstroom door de leiding te blazen. Deze techniek wordt ‘airmoven’ genoemd. Het airmoven kan gepaard gaan met enig geluid en een lichte gasgeur. De werkzaamheden leveren geen gevaar op en de gaslevering naar uw adres blijft gewoon in stand. U hoeft ook geen maatregelen te treffen.

Aanpassen en vervangen afsluiterschema’s

Op regelmatige afstanden in de gastransportleidingen bevinden zich afsluiterschema's (ondergrondse clusters van afsluiters). Op deze schema's kunnen gasstromen worden onderbroken of verlegd. De schema’s worden soms aangepast of vervangen. Er worden voorzieningen getroffen om het gastransport langs andere wegen in stand te houden, waar nodig worden restanten gas afgeblazen, het oude schema wordt verwijderd en het nieuwe wordt geplaatst en aangesloten op het gastransportnet. Tijdens de uitvoering gaat het gastransport gewoon door. Daarvoor zullen tijdelijke voorzieningen worden getroffen.

Renovatie gastransportnet: afsluiterschema's
Werkzaamheden aan afsluiterschemalocatie Raasdorp

Aanpassen gasontvangstations (GOS)

Op gasontvangstations draagt Gasunie het transport van aardgas over aan de regionale netbeheerder of aan grote industriële afnemers. De druk wordt verlaagd van 40 bar naar 8 bar. Ook wordt op deze stations de hoeveelheid getransporteerd gas gemeten. Op deze stations vindt daarnaast de drukbeveiliging van het gas in het lokale net plaats.

Wanneer een gasontvangstation wordt aangepast nemen de constructiewerkzaamheden 4-6 weken in beslag. Een deel van de stations wordt helemaal vervangen, waar mogelijk worden enkele onderdelen vervangen en er zullen ook stations uit bedrijf worden genomen omdat ze geen functie meer hebben. Tijdens de uitvoering gaat het gastransport gewoon door. Daarvoor zullen tijdelijke voorzieningen worden getroffen.

Aanpassen meet-en regelstations

Op meet-en regelstations wordt het gas vanuit het hoofdtransportnet overgebracht naar het regionale net. De druk wordt verlaagd van 67 bar naar 40 bar. Ook wordt hier de bekende gaslucht aan het gas toegevoegd. Van nature is aardgas reukloos. Op deze stations vindt bovendien de drukbeveiliging van het gas in het regionale net plaats.

Als een meet- en regelstation wordt aangepast nemen de werkzaamheden zo’n 4/5 maanden in beslag. Eerst wordt er op het station een tijdelijke installatie geplaatst die de functie van de bestaande installatie gedurende de vervanging overneemt. Vervolgens wordt de bestaande installatie (met uitzondering van het gebouw) afgebroken en wordt er een nieuwe installatie geplaatst. Tijdens de uitvoering gaat het gastransport gewoon door. Daarvoor zullen tijdelijke voorzieningen worden getroffen.

Pigging (leidinginspectie van binnenuit)

Om veilig en betrouwbaar gas te kunnen transporteren, is de veilige ligging van onze leidingen cruciaal. Wij bewaken onze leidingen zowel van buitenaf als van binnenuit.

Van binnenuit doen we dat met een meetinstrument vol elektronische meetapparatuur, een zogenoemde ‘pig’. Het uitvoeren van inspecties met pigs wordt dan ook ‘pigging’ genoemd. Een pig meet met behulp van geavanceerde elektronica de conditie van de pijpwand van binnenuit. Het apparaat wordt in de leiding meegevoerd door de gasstroom. De meetgegevens worden geanalyseerd en waar nodig wordt de leiding opgegraven voor visuele inspectie of reparatie zodat de veiligheid gewaarborgd blijft.

Verleggen en vervangen transportleidingen

Regelmatig worden gastransportleidingen verlegd, bijvoorbeeld omdat ruimtelijke ontwikkelingen dat noodzakelijk maken. De aanleg van nieuwe snelwegen bijvoorbeeld, rivieren die ruimte moeten krijgen of de bouw van nieuwe woonwijken. Het verleggen van een leiding wordt feitelijk op dezelfde manier gedaan als de aanleg van een nieuwe leiding. Daarnaast wordt de bestaande leiding verwijderd.

Verwijderen gastransportleidingen

Leidingen die niet meer in gebruik zijn, worden buiten bedrijf gesteld of verwijderd. Ze zijn in onbruik geraakt, bijvoorbeeld omdat de transportroute is verlegd of omdat grote afnemers hun activiteiten hebben beëindigd. Meestal merkt de omgeving weinig van deze werkzaamheden. Hooguit worden tijdelijke verkeersmaatregelen getroffen om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren.

Onderhoud aan regionale gastransportleidingen

Leidingaanleg

Regelmatig leggen we nieuwe leidingen in de grond. Nog af en toe voor aardgas, en steeds vaker voor warmte-, waterstof- en COs-transport. Voorafgaand aan de aanleg wordt de bodem waar nodig onderzocht op de aanwezigheid van explosieven of archeologisch waardevolle plaatsen. Vervolgens wordt de grond bouwrijp gemaakt. Nadat dit is gedaan, worden de pijpen uitgereden in het veld en hier aan elkaar gelast. De gelaste pijpstreng wordt onder het maaiveld gelegd door middel van boren of leggen. Als laatste wordt het werkterrein opgeruimd en de bovengrond hersteld. Een jaar na de aanleg herinneren op veel plaatsen alleen de gele markeringspalen nog aan de aanwezigheid van een gastransportleiding in de ondergrond.

De aanleg van een nieuwe gastransportleiding gebeurt in vijf fases:

1. Bouwrijp maken van tracé
De aanleg van een gastransportleiding start met het maken van een werkterrein; een werkstrook van zo’n 45 meter breed. Deze werkstrook wordt met beleid, zoals bescherming van de vruchtbare bovenlaag, aangelegd. Langs het leidingtracé worden de buizen in het veld gelegd (uitgereden).

Buigen van de leidingen (48")
Werkzaamheden aan afsluiterschemalocatie Raasdorp

2. Leiding lassen
Wanneer de buizen zijn uitgereden in het veld, komt een lasploeg buizen aan elkaar lassen tot lange strengen. Elke lasverbinding bestaat uit meerdere lagen. Deze worden handmatig door lassers aangebracht of met lasautomaten. Verschillende lasploegen werken na elkaar elke verbinding af. Nadat alle lagen zijn aangebracht, wordt elke las gecoat zodat roestvorming geen kans krijgt. Alle lassen en de coating worden streng gecontroleerd. Na het lassen liggen de strengen als lange slangen in het veld. Deze strengen worden later in een te graven leidingsleuf gelegd of door een boortechniek onder de grond gebracht.

Lassen van leidingen Visser & Smit Hanab in Waddinxveen
Lassen bij Hulst
Lasonderzoek bij Hulst

3. Leiding leggen door graven
Voorafgaand aan het leggen wordt een sleuf gegraven van 2,50 tot 3 meter diep. Grote kranen tillen de zware leidingstrengen op en leggen deze in de sleuf. In de sleuf worden de leidingstrengen aan elkaar gelast en worden de lassen gecoat. Nadat deze zijn gecontroleerd en akkoord bevonden wordt de leiding toegedekt met het zand van de rijstrook. De bovenkant van de leiding ligt op 1,60 meter onder het maaiveld.

Beverwijk en Wijngaarden met elkaar verbonden
1000 meter leidingstreng in sleuf leggen

4. Leiding leggen door boren
Bij de aanleg van gastransportleidingen kruist Gasunie wegen en kanalen. Hiervoor zet ze verschillende boortechnieken in. Een boring vergt van voorbereiding tot oplevering - afhankelijk van het soort, de diepte en de lengte - een paar weken tot een paar maanden.

HDD boring bij Hulst
Laatste boring Beverwijk-Wijngaarden
Intrekken gastransportleiding onder de Polderbaan van Schiphol
Animatie Polderbaan
Persaandacht intrekken gastransportleiding onder de Polderbaan van Schiphol

5. Afwerken tracé
Wanneer de leiding is toegedekt met zand wordt het overige zand vermengd met de onderste grondlagen. Daarop wordt de vruchtbare teelaarde teruggeplaatst. Het werkterrein wordt opgeruimd, geploegd en gefreesd. Daarmee is de bovengrond in de veel gevallen in oorspronkelijke staat hersteld. Negentig procent van de gronden is eigendom van agrariërs. Soms wordt gras ingezaaid, soms wordt beplanting teruggebracht. Een en ander in overleg met de grondeigenaren of grondgebruikers.

Afwerken tracé gemeente Hulst
Herstellen sloot bij Hulst