Waarom het waterstofnetwerk start bij industrieclusters
De industrie staat voor de opgave om te verduurzamen. In veel gevallen kan de industrie verduurzamen door processen te elektrificeren. Waar dat technisch of economisch niet mogelijk is, kan waterstof fossiele brandstoffen vervangen. In processen waar waterstof als grondstof wordt ingezet, kan duurzame waterstof de huidige grijze waterstof vervangen.
Bedrijven willen verduurzamen, maar geven daarbij ook aan behoefte te hebben aan zekerheid. Over kosten en over de beschikbaarheid van groene grondstoffen en betrouwbare energie. Verduurzaming kan bovendien alleen slagen als er tijdig betrouwbare infrastructuur beschikbaar is. Dat wordt onderstreept in het recente rapport van Wennink.
Daarom werkt Hynetwork aan die infrastructuur, te beginnen in de industrieclusters. Waarom juist daar? Dat hangt samen met de manier waarop industrieclusters zijn ingericht en de rol die zij spelen in het energiesysteem.
Industrieclusters in Nederland
Industrieclusters zijn gebieden waar energie-intensieve bedrijven dicht bij elkaar zijn gevestigd. In Nederland gaat het om zes grote clusters, waaronder Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West-Brabant, Chemelot, het Noordzeekanaalgebied en Noord-Nederland. Daarnaast zijn er industriële bedrijven verspreid over het land, buiten de vijf hoofdclusters. Denk bijvoorbeeld aan papier- en steenfabrieken. Deze bedrijven worden gezamenlijk aangeduid als het zesde cluster.
In deze clusters vindt een groot deel van de energie-intensieve industrie plaats. Denk aan chemie, kunstmestproductie en staal. Dit zijn processen die veel energie vragen en vaak hoge temperaturen vereisen. Voor sommige processen is volledige elektrificatie niet mogelijk of niet voldoende.
Gezamenlijke infrastructuur
Bedrijven kiezen niet toevallig voor deze locaties. Ze maken gebruik van gezamenlijke infrastructuur, zoals havens, spoorlijnen, wegen en energievoorzieningen. Ook werken veel bedrijven in dezelfde of aangrenzende productieketens. Daardoor kunnen grondstoffen en reststromen zoals warmte en gassen efficiënt worden uitgewisseld. Wat voor het ene bedrijf een restproduct is, kan voor een ander juist van waarde zijn.
Doordat deze bedrijven dicht bij elkaar zitten, werkt het net als bij een nieuwe wijk. Je legt niet voor elk huis een aparte waterleiding aan, maar één hoofdleiding voor de hele wijk. Dat gaat sneller, is kostenefficiënter voorkomt dat je overal tegelijk aan het graven bent. Diezelfde logica geldt voor de infrastructuur van het energienet.
Europees en Nederlands belang
De industrie maakt producten waar heel Europa op draait. Denk aan staal voor bruggen en gebouwen, of chemische grondstoffen voor medicijnen en plastic. Veel sectoren, van bouw tot auto-industrie, kunnen niet zonder.
Nederland speelt daarin een belangrijke rol. Onze industrieclusters en havens maken ons onderdeel van Europese productieketens. Wat in Rotterdam binnenkomt, wordt verwerkt in Chemelot. Wat daar gemaakt wordt, gaat weer verder naar Duitse autofabrieken.
Deze industrie zorgt voor veel werkgelegenheid en levert een grote bijdrage aan de economie. Direct in de fabrieken en indirect bij toeleveranciers, transportbedrijven en onderhoudsbedrijven. Het gaat dus niet alleen om de productie zelf, maar ook om de banen, kennis en het vakmanschap eromheen. Daarom is het belangrijk dat industriebedrijven in Nederland en Europa blijven. Dan moeten de voorwaarden qua infrastructuur en verduurzaming echter wel op orde zijn.
Waterstof in het energiesysteem
De druk op de industrie neemt toe. Volgens Wennink staat de Europese industrie onder druk door hoge energiekosten en internationale concurrentie. Tegelijkertijd moet de industrie verduurzamen. Die combinatie lukt alleen als bedrijven perspectief hebben op betaalbare en betrouwbare energie. Waterstof kan daarin een belangrijke rol spelen.
Een landelijk waterstofnetwerk kan niet in één keer overal worden aangelegd. Daarom wordt het stap voor stap voorbereid, met industrieclusters als startpunt.
Een logisch startpunt voor het waterstofnetwerk
In industrieclusters is de vraag naar waterstof het grootst en het meest geconcentreerd. Daardoor kan infrastructuur vanaf het begin intensief worden gebruikt. Een grotere pijpleiding kan meer waterstof vervoeren dan meerdere kleinere leidingen. Dat helpt om de kosten beheersbaar te houden.
Daarnaast komen in deze clusters import, opslag en gebruik van waterstof samen. Dat draagt bij aan de betrouwbaarheid van het systeem. Net als bij het aardgasnetwerk, moet de waterstofinfrastructuur de hele tijd beschikbaar zijn. Door hier te beginnen, kan het netwerk stap voor stap groeien en krijgen bedrijven de zekerheid die ze nodig hebben.