Spring naar inhoud

Vijf vragen aan de Toekomst: Steven Bosch

Het energiesysteem van de toekomst, de weg naar een CO2-neutrale samenleving in 2050. Hoe denken jongeren daar eigenlijk over? In de rubriek ‘Vijf vragen aan de Toekomst’ spreken we jongeren tussen de 18 en 27 jaar die hun visie op de energietransitie geven. Op dinsdag 9 maart 2021 spraken we Steven Bosch, 24 jaar oud en raadslid Student & Stad in Groningen.

Eigen foto.

Wie ben je en op wat voor manier ben je betrokken bij het thema energie?

Met een lach op zijn gezicht stelt Steven zich voor. “Ik ben Steven Bosch, op dit moment fractievoorzitter en raadslid namens Student en Stad bij de gemeente Groningen. Als politicus denk ik dat het heel belangrijk is dat je veel over energie en de energietransitie afweet. De klimaatcrisis - en daarmee ook de energietransitie - is de grootste uitdaging van onze generatie. Wil je daar een vuist tegen maken, dan had je 30 of 40 jaar geleden hard moeten roepen.” Hij klinkt vervolgens opgelucht. “Gelukkig is dat nu genoeg gebeurd! De meeste mensen willen graag toe naar een duurzamere maatschappij. Maar hoe ga je dat bereiken? En hoe doen we dat zo snel mogelijk?”

Steven beantwoordt zijn eigen vraag gelijk: “We moeten zorgen dat we wereldwijd, maar in mijn geval specifiek als gemeente Groningen de transitie naar een duurzame samenleving ingaan. De komende 50 tot 60 jaar is de klimaatproblematiek het meest urgent. We moeten broeikasgassen terugdringen en daar is de energietransitie de belangrijkste voorloper in.” Kennis over de energietransitie is daarom voor hem erg belangrijk. “Ik ben heel erg geïnteresseerd in het thema energie. Ik lees en luister er veel over, juist omdat ik vind dat je er veel vanaf moet weten als politicus om er goede keuzes in te kunnen maken.”

Waar maak je je zorgen over als je kijkt naar de toekomst van energie?

Steven heeft zijn bedenkingen over de snelheid en aanpak rondom de energietransitie. “Ik maak me zorgen over het feit dat de transitie naar duurzame energieopwekking te langzaam gaat. Dat er te veel beren op de weg zijn, of beren op de weg worden gevonden waardoor het niet opschiet. Ik denk wel dat we langzaam de juiste kant op gaan, maar de vraag is uiteindelijk wel hoe snel we dat gaan doen.”

Vervolgens komt ook het veelbesproken thema kernenergie op tafel. “Wanneer we het in het bijzonder hebben over kernenergie, wat ook één van de mogelijke oplossingen is in de energietransitie, maak ik me wel zorgen over het feit dat we misschien in Nederland daar helemaal naar toe willen gaan. Ik ben geen tegenstander van kernenergie, maar ik vind wel dat we er zo voorzichtig mogelijk mee om moeten gaan en zo min mogelijk kernenergie moeten gaan gebruiken. Het zou in mijn beleving wel een hele grote ballast op de toekomst zijn, op het moment dat wij 5 of 6 kerncentrales in Nederland gaan plaatsen.”

Ook zijn zorg rondom draagvlak komt ter sprake. “Specifiek wind en zon op land heeft naar mijn mening nog te weinig draagvlak. Ik denk dat dat ook een verklaring kan zijn voor veel stemmen op de PVV, Forum voor Democratie en VVD. Bij elkaar is dat een hele grote groep mensen. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld ook GroenLinks-stemmers die geen voorstander zijn van wind of zon op land in eigen buurt.” Toch is hij optimistisch. “Maar ik denk wel dat er verbetering is. Het is belangrijk om mensen mee te nemen in het verhaal en je moet ze de kans bieden om mee te profiteren. Ik geloof dat er dan heel veel mogelijk is. Het zou heel mooi zijn als onderaan de streep een groter draagvlak komt van mensen die daadwerkelijk een windmolen dichtbij eigen huis willen.”

We streven naar een CO₂-neutraal energiesysteem in 2050. Wat moet er volgens jou gebeuren of veranderen om daar te kunnen komen?

Steven lacht kort. “Ja, best veel! We moeten toe naar een situatie waarbij we geen fossiele brandstoffen meer uit de grond halen. We moeten bewust het zwarte goud - olie maar ook kolen - in de grond laten zitten. Dit betekent dus ook dat we díe plekken waar het om gaat op een of andere manier financieel moeten compenseren. Dat is uiteindelijk het einddoel.” Die ambitie is voor Steven leidend. “Want je kan natuurlijk wel langzamer die CO2 uit de grond gaan halen, door heel veel duurzame energie op te wekken, maar als je vervolgens niet het einddoel haalt en gewoon langzaam nog steeds alles uit de grond haalt heb je nog steeds niks bereikt.”

Fossiele brandstoffen in de aarde laten zitten is in Stevens ogen waar we naar toe werken. Om dat te kunnen bereiken is er volgens hem een grootschalige opwekking van duurzame energie nodig, vooral wind en zon. “Dat kan vervolgens – alleen als je heel erg veel over hebt – gebruikt worden voor groene waterstof. Toch denk ik dat we het te vroeg hebben over waterstof. Want je verliest energie in de omzetting en waarom zou je dat doen wanneer je nog niet eens 5% duurzame energieopwekking hebt?” Hij vindt volledige inzet op waterstof een non-discussie. ‘Waarom ga je van die duurzame energie een groot deel weggooien om dat voor waterstof te gebruiken? In mijn ogen dom om te doen, een beetje een marketing- en innovatie trucje.”

Maar we moeten hem niet verkeerd begrijpen. “Uiteindelijk hebben we het wel nodig. Want we hebben ook stabiele factoren nodig in het energiesysteem. Je kan niet alleen maar vertrouwen op wind en zonne-energie, je moet ook ergens opslag hebben en dan komt groene waterstof in beeld.” Steven is wel een voorstander van het opslaan van waterstof, omdat het een duurzame manier van opslag is, maar “je moet het eerst wel over hebben en dat hebben we nu niet.”

Van welke energieontwikkelingen word jij op dit moment enthousiast?

“Ik denk dat opwekken waar je het ook gebruikt, een hele gunstige manier is. Vooral omdat je het dan niet hoeft te transporteren of op te slaan. Dus wanneer grote boerenstallen en fabrieken hun daken volgooien met zonnepanelen denk ik dat dat super efficiënt is.” Verder is hij enthousiast over de ontwikkelingen rondom subsidieloze windparken op zee. “Dat belooft ook veel voor de toekomst. Die ontwikkelingen zijn heel belangrijk.”

Een uitdaging ziet Steven in het transporteren van duurzame energie. “Als je overal een beetje opwekt, hoef je het niet zo ver te verslepen. Er zijn voldoende plekken in Nederland waar wel duurzame energie gewonnen kan worden, maar daar kan het net het gewoon nog niet transporteren.”

Samengevat is Steven vooral enthousiast over wind op zee en zon op daken. “Dat vind ik de meest logische en beste vormen van duurzame energie opwekking.”

Hoe ziet het energiesysteem van de toekomst er voor jou idealiter uit? Hoe zie jij 2050?

Steven duikt gelijk in de verdeling waar we energie mee opwekken. “Ik zou zeggen dat je ongeveer uitkomt op 10% wind op land en 40% wind op zee. En dat je gaat naar 15-20% zon op daken en ook 15-20% zonnevelden. Het overige deel is dan een heel klein beetje biomassa. Want dat kan wel in mijn optiek op het moment dat je heel goed oppast waar je de input vandaan haalt. Ten slotte een heel klein beetje kernenergie waarmee we pieken en dalen opvangen.”

Kijkend naar het energiesysteem denkt Steven dat er veel mogelijkheden en kansen liggen in samenwerkingen binnen Europa. “Ik denk dat er heel veel heil ligt in goede verbindingen met Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Want daar waait het op andere momenten en daar schijnt de zon op andere momenten. Wanneer je daar een hele goede verbinding mee hebt kun je de pieken en dalen veel beter opvangen.” Europese samenwerkingen ziet hij echt als win-win. “Waarom zouden we dat niet willen?”

De rol van de overheid vindt hij een moeilijke. “Wanneer je sneller wilt dan de markt kan of wil dan moet je dus als overheid flink investeren. Dit betekent dat er voor bedrijven die vooroplopen - die bijvoorbeeld investeren in innovatie van waterstof en andere duurzame energie - subsidie moet zijn. Daarnaast moeten we bedrijven die achterlopen door regelgeving de goede kant op krijgen.”

De rol van de overheid is in zo’n grote transitie volgens Steven dus vrij groot. “Alleen wel vanuit de kracht van het bedrijfsleven. Dus zorg ervoor dat bedrijven kunnen investeren in nieuwe mogelijkheden en dan kan je inderdaad als Nederland de investeringen betalen, maar er later ook geld mee verdienen en er banen mee creëren. Ik geloof daar wel in, ook al lopen we als Nederland enorm achter, we kunnen het nog rechttrekken!”