Vijf vragen aan de Toekomst: Wouter van der Galiën
Het energiesysteem van de toekomst, de weg naar een CO2-neutrale samenleving in 2050. Hoe denken jongeren daar eigenlijk over? In de rubriek ‘Vijf vragen aan de Toekomst’ spreken we jongeren tussen de 18 en 27 jaar die hun visie op de energietransitie geven. Op woensdag 17 maart 2021 spraken we Wouter van der Galiën, 27 jaar oud en jongerenvertegenwoordiger bij JongRES Groningen.
Wie ben je en op wat voor manier ben je betrokken bij het thema energie?
“Mijn naam is Wouter van der Galiën, van oorsprong Fries, maar in Groningen gestudeerd! Tijdens mijn studie was ik al geïnteresseerd in duurzaamheid en ik dacht: als ik toch 40 jaar moet werken, dan doe ik dat het liefst aan iets wat ik zelf ook belangrijk vind.”
Het is hem dan ook gelukt een functie te krijgen die op zijn idealen aansluit. “Ik ben werkzaam bij Energie VanOns, een coöperatief energiebedrijf, waar ik projectmanager ben. Ik help energie coöperaties met zonneparken, zonnedaken, maar bijvoorbeeld ook waterstof en groen gas. Ik ben vooral betrokken bij de connectie tussen bewoners van een dorp of wijk en de energietransitie. Ik ga met bewoners in gesprek over wat ze willen op het gebied van duurzame energie, om vervolgens te kijken hoe ze dat zelf kunnen organiseren, met als doel de winsten daarvan weer lokaal te laten landen. Dat vind ik super belangrijk en interessant. Hiermee creëer je draagvlak binnen de energietransitie en het brengt versnelling. Bovenal maak je van de energietransitie iets leuks!”
Naast zijn werk is Wouter actief voor JongRES Groningen. “Ik ben jongerenvertegenwoordiger namens JongRES Groningen. Dit betekent dat ik de stem van jongeren mag vertegenwoordigen in het Regionale Energie Strategie beleid. Ik probeer jongeren aan te sporen onderling met elkaar in gesprek te gaan, ze te stimuleren om hun stem te laten horen in beleid, maar ook om ervoor te zorgen dat ze er in hun werkende leven mee aan de slag gaan. Dit alles met het idee van versnelling en bewustwording van de energietransitie.”
Waar maak je je zorgen over als je kijkt naar de toekomst van energie?
Wouter heeft twee duidelijke zorgen. “Het eerste is de weerstand van mensen. Enerzijds omdat ze niet de lusten van de energieproductie krijgen en anderzijds omdat ze gewoon niet goed weten dat duurzame energie echt nodig is. Het gaat om bewustwording onder de bewoners van Nederland. Mensen moeten weten waarom het belangrijk is en welke voordelen het heeft voor de lokale omgeving. Als dat niet goed georganiseerd is, of als daar niet goed over is nagedacht kan het wel eens averechts werken. Dat zorgt dan weer voor meer weerstand.”
Vooral het betrekken van bewoners bij beleidsplannen is soms nog lastig volgens Wouter. “Je merkt dat in veel beleidsprocessen bewoners niet goed zijn betrokken. Ze zijn te laat of achteraf geïnformeerd of ze krijgen een informatieavond waar ze een uurtje wat mogen vertellen. Dit moet anders. Op korte termijn kost het wat meer energie en tijd, maar op lange termijn denk ik dat je daarmee echt grote winsten kan halen.”
“En het tweede is dat er steeds meer wind- en zonne-energie komt, maar deze vormen zijn steeds afhankelijker van het weer. Er komen steeds meer momenten dat er veel zonenergie is als de zon goed schijnt, of veel windenergie als het hard waait. Anderzijds, wanneer we te maken hebben met een windstille nacht: dan is er geen energie. Daar moet een oplossing voor komen. Waterstof zou als energiedrager daarin een rol kunnen spelen om dat verschil op te vangen. Het kan ook kernenergie zijn, op Europees niveau. Een land als Frankrijk heeft bijvoorbeeld al veel kernenergie, dat zou een mooier en uitgebreider systeem kunnen zijn.”
Het is duidelijk dat hij zich zorgen maakt. “Daar is nog te weinig over nagedacht. Er wordt veel wind en zon gebouwd, maar er wordt niet goed stilgestaan bij de consequenties die dat heeft op lange termijn.” De oplossing ligt volgens Wouter in opslag. “Opslag is nu de heilige graal om energietransitie te laten slagen, de komende 10, 20, 30 jaar.”
We streven naar een CO₂-neutraal energiesysteem in 2050. Wat moet er volgens jou gebeuren of veranderen om daar te kunnen komen?
Op nationaal niveau is Wouter voorstander van windenergie op zee. “Ik denk dat we een heel groot gedeelte van de zee vol moeten zetten met windmolens. In Nederland hebben we gewoon weinig ruimte. Wij roepen allemaal van ‘Ja, kom op nou, zet die windmolens maar gewoon overal neer.’ Maar zo simpel is dat nog niet. Wanneer het om je eigen achtertuin gaat: die dingen maken echt veel lawaai. Daarom denk ik dat op de Noordzee veel meer windmolens moeten komen met elektrolyse. Daarmee kunnen we een gedeelte van die windenergie omzetten in waterstof. De combinatie zon, wind en waterstof vind ik een hele mooie.”
Kijkend naar het grotere ‘Europa-plaatje’ ziet hij heil in samenwerking tussen landen. “In Zuid-Europa kunnen we hele grote zonnecentrales bouwen. Die zijn daar efficiënter en leveren meer op. Daarnaast hebben we in Noord-Europa veel meer wind. Dit aangevuld met op korte termijn kernenergie uit Frankrijk en op lange termijn waterstof. Dat maakt een goede mix.” Wouter benadrukt dat we elkaars krachten in Europa moeten benutten, want dat gaat de energietransitie helpen.
Zijn visie op lokaal niveau kan niet achterwege blijven. “Het mooiste zou zijn als wat opgewekt wordt in een dorp, ook lokaal weer verbruikt wordt. Dat is het beste plaatje! Een soort van zelfvoorzienend dorp, zodat mensen kunnen zeggen: ‘we doen het zelf, het levert ook geld op, het is mijn bron dus ik profiteer, ook wanneer ik bespaar, want hoe minder stroom ik hoef op te wekken hoe minder mij dat kost.’ Dan kunnen we ook met elkaar gaan nadenken over besparen, want daar is ook nog veel winst te behalen. De duurzaamste energie is de energie die je niet verbruikt. Heel cliché, maar het is wel zo. Besparen wordt in alle hectiek een beetje over het hoofd gezien. Best wel jammer.”
Van welke energieontwikkelingen word jij op dit moment enthousiast?
Een lacht verschijnt op Wouters gezicht. Hij wordt blij van veel ontwikkelingen, maar er springen voor hem wel twee uit. “Ik ben zelf betrokken bij een waterstofproject. Over waterstof wordt op het moment van alles geroepen. Er zijn duidelijk voor- en nadelen en het is heel duur, maar het is uiteindelijk een hele schone manier om het probleem van opslag op te lossen. Daarnaast hebben we een hartstikke mooi netwerk van leidingen liggen in Nederland, waar de rest van Europa jaloers op is. Het zou zonde zijn als we dat niet gebruiken.”
Daarnaast is hij ook enthousiast over - hoe kan het ook anders - lokale initiatieven. “Dat dorpen en wijken ook zelf gaan kijken hoe ze zelfvoorzienend kunnen zijn. Ik word gewoon heel blij van initiatieven die zelf het heft in handen nemen en zelf hun energievoorziening regelen.” Op de vraag of mensen daar klaar voor zijn antwoordt hij bevestigend. “Ja, ik zie dat echt wel gebeuren. De coöperatieve beweging groeit, die wordt steeds sterker en mensen zijn er steeds bewuster van. Gelukkig zijn er ook steeds meer subsidies en mogelijkheden vanuit de overheid die dat stimuleren.”
Hoe ziet het energiesysteem van de toekomst er voor jou idealiter uit? Hoe zie jij 2050?
Wouter maakt, als het gaat om 2050, onderscheid in schaalgrootte. “Op grote schaal, dus voor de industrie, denk ik dat waterstof perfect is. Voor lokale initiatieven zou dit eerder een batterij of accu zijn, óf een andere manier van opslag. Dat hoeft wat mij betreft niet perse waterstof te zijn.” Hij ziet voor het nationale en Europese energiesysteem waterstof wel echt als de belangrijkste energiedrager én de belangrijkste manier voor opslag.
De rol van de overheid ziet hij vooral in het geven van ‘het eerste duwtje’. “Het probleem met waterstof is nu dat er te weinig productie is: er is geen markt. Die markt moet eerst gecreëerd worden. De overheid kan het eerste zetje geven door bijvoorbeeld heel veel wind op zee te produceren om daar vervolgens waterstof van te maken. Dan kan de industrie ook verplicht waterstof gaan gebruiken voor hun productieprocessen. Ik denk dat het eerste zetje nodig is van de overheid en dat vervolgens de markt het oppakt en dat waterstof daarmee een concurrerende gassoort wordt.”
Wouter vindt dat op lokaal niveau de plaatselijke overheid kan afdwingen dat initiatieven voordelen krijgen ten opzichte van grote marktpartijen. Hij vervolgt: “Maar ook in het stimuleren. Nationaal moeten er subsidies komen, maar ook op gemeentelijk niveau is ondersteuning van lokale initiatieven heel belangrijk en dat daar subsidies voor komen. Dit tackelt bewustwording, zorgt voor meer productie en maakt mogelijk dat de lusten ook weer lokaal terecht komen.”