Spring naar inhoud

Hoe waterstof bijdraagt aan het oplossen van netcongestie

Het Nederlandse elektriciteitsnet staat onder grote druk. De groei van zonne- en windenergie leidt niet alleen tot een hogere vraag naar netcapaciteit, maar ook tot pieken en dalen die niet altijd aansluiten op het daadwerkelijke gebruik. Daarnaast wordt duurzame stroom vaak opgewekt in gebieden waar het elektriciteitsnet nog onvoldoende is verzwaard om deze energie af te voeren. Hierdoor wordt het steeds complexer om vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen, met als gevolg dat projecten vertragen en de verduurzaming stokt. 

Volledige elektrificatie wordt nog steeds gezien als dé route om de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs te behalen. De praktijk laat echter zien dat de huidige netcapaciteit dit niet kan opvangen en dat aanvullende oplossingen nodig zijn. Eén van die oplossingen is een energiesysteem waarin elektronen en flexibele energiedragers, zoals waterstof, elkaar versterken. Gasunie neemt hierin een actieve rol en bouwt met partners aan een robuust waterstofnetwerk dat het elektriciteitsnet ontlast en versterkt.

Netcongestie vraagt om structurele oplossingen

De vraag naar elektriciteit blijft snel stijgen, mede door de groei van de industrie en de komst van datacenters. Volgens het Scenariorapport 2025 neemt het elektriciteitsverbruik tot 2050 toe met een factor 2,5 tot 3,5. Dit betekent dat het huidige elektriciteitsnet steeds zwaarder wordt belast en op diverse locaties netcongestie ontstaat. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat waarschuwt dat netcongestie economische groei belemmert, processen stil kan leggen en projecten kan vertragen.

Netbeheerders werken hard om deze druk op het net te verlichten, bijvoorbeeld door afspraken met grootverbruikers en slimme manieren om de bestaande capaciteit beter te benutten. Zulke maatregelen zijn echter tijdelijk en lossen de knelpunten niet structureel op. Daarom is een optimale wisselwerking tussen elektriciteit, duurzame gassen en warmte noodzakelijk. Infrastructuur voor waterstof, CO2, groen gas en warmte kunnen de vraag naar energie deels overnemen, zodat het elektriciteitsnet nu en in de toekomst niet overvraagd wordt, aldus Netbeheer Nederland.

Waterstof: van overschot naar waarde

Een belangrijke uitdaging in de energietransitie is het verschil tussen waar en wanneer duurzame energie wordt opgewekt en waar de vraag ligt. Daardoor ontstaan steeds vaker overschotten aan zonne- en windenergie. In zulke gevallen moeten parken worden afgeschakeld en gaat waardevolle elektriciteit verloren (curtailment). Waterstof kan dit opvangen: door overtollige elektriciteit om te zetten in waterstof, wordt energie opgeslagen en later gebruikt, bijvoorbeeld bij negatieve energieprijzen of bij een overbelast net.

Omzetten van elektriciteit naar waterstof maakt het mogelijk om energie weken of zelfs seizoenen later opnieuw in te zetten. Ondanks conversieverlies blijft er zo meer waarde behouden. Voor industrieën zonder zware elektrische aansluiting is waterstof vaak een haalbaar alternatief. Ook bijmengen met aardgas tot circa 30 procent kan zonder grote aanpassingen aan installaties. Dit vergemakkelijkt de overstap naar een schoner systeem en draagt bij aan het behalen van verduurzamingscriteria.

Prijsoverstijgende voordelen

De prijs van de transitie naar waterstof is een bekend aandachtspunt in het publieke debat. Naarmate het aanbod groeit en technologie volwassener wordt, dalen de kosten. De verwachting is niet dat de prijs van groene waterstof in de buurt zal komen met die van aardgas met CO2-afvang (blauw), of zonder CO2-afvang (grijs), maar gezien de noodzaak voor flexibiliteit en opslag is prijs niet het enige criterium. 

Offshoreproductie speelt hierbij een strategische rol: windparken op zee zetten elektriciteit direct om in groene waterstof en transporteren die via leidingen naar land. Nederland kan zo windenergie op zee optimaal benutten zonder extra netverzwaring en optimaal gebruikmaken van de strategische ligging aan zee. Tegelijkertijd vindt Gasunie dat tijdelijke oplossingen, zoals blauwe waterstof, een rol spelen in de overgangsfase.

Integrale infrastructuurplanning

Gasunie pleit voor een integrale infrastructuurplanning waarin elektriciteit, methaan en waterstof elkaar aanvullen. Dit houdt de maatschappelijke kosten laag en geeft bedrijven tijdig duidelijkheid over hun strategie. Deze visie sluit aan bij landelijke programma’s zoals de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050, het Programma Energiehoofdstructuur en de KEV 2024. Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) benadrukt bovendien dat beleid en infrastructuur adaptief moeten zijn, zodat het energiesysteem meebeweegt met veranderende vraag, technologie en netcapaciteit. In 2026 volgt een herijkmoment om te beoordelen of de mix van technieken nog aansluit bij de actuele situatie.

Regionale kansen en gefaseerde uitrol

Elke regio heeft andere mogelijkheden en energiebehoeften. Terwijl Utrecht vooral inzet op elektrificatie, kiezen provincies als Friesland en Overijssel bewust voor een mix van elektriciteit en moleculen (Gasunie Stakeholder Dialogen). Juist deze verschillen bieden kansen om tijdelijk overschot slim te benutten, bijvoorbeeld door elektrolyse toe te passen op locaties met veel duurzame opwek. Dit vraagt om een strategische kijk op de samenhang tussen energiebronnen, zodat decentrale opwek en lokaal verbruik beter in balans komen.

Omdat niet alle regio’s tegelijk kunnen worden aangesloten, kiest Gasunie voor een gefaseerde aanpak. Eerst krijgen bedrijven in de industrieclusters de mogelijkheid om aan te sluiten op het landelijke waterstofnetwerk; daarna volgen verder gelegen locaties (cluster 6).

Elektronen en moleculen in balans

Gasunie werkt aan een energiesysteem waarin elektronen en moleculen elkaar versterken. Door bestaande methaaninfrastructuur slim te hergebruiken en nieuwe verbindingen aan te leggen, kunnen projecten sneller en tegen lagere maatschappelijke kosten worden uitgevoerd. Deze aanpak voorkomt verspilling, verhoogt de leveringszekerheid en ondersteunt de continuïteit en duurzaamheid van industriële processen. 

Gasunie nodigt partners in de energiesector, overheid en industrie uit om samen te werken aan een toekomstbestendig energiesysteem waarin elektronen en moleculen elkaar optimaal aanvullen.

Veelgestelde vragen

De snelle groei van zonne- en windenergie zorgt voor pieken en dalen in het elektriciteitsaanbod. Hierdoor ontstaat steeds vaker netcongestie, waarbij het elektriciteitsnet de stroom niet kan afvoeren. Voor de productie van waterstof middels elektrolyse zijn grote hoeveelheden elektriciteit benodigd. Door elektrolysers op strategische plekken te plaatsen waar veel duurzame energie-opwek is, wordt het net daarmee ontlast. De geproduceerde waterstof dient als flexibele energiedrager en kan later weer worden omgezet naar elektriciteit. Op deze manier gaat er geen waardevolle energie verloren.

Netcongestie ontstaat wanneer de capaciteit van het elektriciteitsnet onvoldoende is om pieken in het aanbod of de vraag op te vangen. Netcongestie kan van tijdelijke of van langdurige aard zijn. Indien er sprake is van langdurige netcongestie kan dit ertoe leiden dat projecten vertragen, datacenters en bedrijven geen nieuwe aansluitingen krijgen en duurzame opwek wordt afgeschaald. Het ministerie van EZK waarschuwt dat dit de economische groei en de energietransitie kan remmen.

Wanneer er veel zon of wind is, kan overtollige elektriciteit worden omgezet in waterstof. Deze waterstof kan dagen, weken of zelfs seizoenen later opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld als brandstof voor industrieën of elektriciteitscentrales. Ondanks enig conversieverlies blijft er zo meer waarde behouden dan wanneer de energie verloren zou gaan.

Voor industrieën zonder zware elektrische aansluiting kan waterstof een haalbaar alternatief zijn om processen op korte termijn te verduurzamen. Daarnaast kan waterstof tot circa 30 procent worden bijgemengd met aardgas, zonder grote aanpassingen aan bestaande installaties. Dit maakt de overstap naar een schoner systeem makkelijker en betaalbaarder.

Windparken op zee kunnen elektriciteit direct omzetten in waterstof, die via pijpleidingen naar land wordt getransporteerd. Dit voorkomt dat al deze elektriciteit via het bestaande net moet worden afgevoerd, waardoor netcongestie en onnodige netverzwaring worden beperkt. Tevens worden hiermee kosten voor infrastructuur bespaard en streven naar zo laag mogelijk maatschappelijke kosten. Nederland benut zo optimaal zijn strategische ligging aan zee en windcapaciteit.

De prijs van groene waterstof ligt hoger dan die van aardgas, maar de waarde zit in flexibiliteit in een variabel opwekpatroon van duurzame energie, opslag van duurzame elektriciteit en het voorkomen van curtailment (het afschakelen van wind- of zonneparken). Dit draagt bij aan een hoge mate van leveringszekerheid (beschikbaarheid over energie op de momenten dat er vraag is), betaalbaarheid (voorkomen van curtailment en balanceren van het energiesysteem) en betrouwbaarheid (voorkomen van uitval van delen van het energiesysteem). Ook vermindert systeemintegratie (offshore/onshore) vermindert de noodzaak voor dure netverzwaring en houdt de maatschappelijke kosten laag.

Gasunie werkt aan een robuust, landelijk waterstofnetwerk en pleit voor een integrale infrastructuurplanning waarin elektriciteit, methaan en waterstof elkaar aanvullen. Bestaande gasleidingen worden waar mogelijk hergebruikt. Deze aanpak sluit aan bij nationale plannen zoals het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050. Met andere woorden, Gasunie ontwikkelt infrastructuur voor vandaag en morgen.