Spring naar inhoud

InfraVisie: infrastructuur voor onze energievoorziening in 2030 en 2050

Nieuws

Thema
Nieuws
Leestijd
5 min lezen
Datum

In de toekomst zal de verhouding tussen elektriciteit enerzijds en energiemoleculen zoals waterstof en groen gas anderzijds anders zijn dan nu. Welke aanpassingen aan onze infrastructuur zijn daarvoor nodig? Die vraag beantwoordt Gasunie met InfraVisie: een doorvertaling van de II3050-toekomstscenario’s van de gezamenlijke netbedrijven. Hans Coenen, lid van onze raad van bestuur: ‘Voor het eerst hebben we al onze plannen samengevoegd in één integrale visie op moleculen en de infrastructuur daarvoor. In één oogopslag is te zien dat Gasunie alle vier de scenario’s uit de II3050 aan zal kunnen.’ 

Hans Coenen

Mix van elektronen en moleculen

Soms denken we dat we in Nederland al heel ver zijn met elektrificatie. Toch bestaat de energievraag op dit moment nog voor circa 80 procent uit moleculen, meestal fossiel zoals aardgas. Het aandeel van elektriciteit in de energiemix zal wel toenemen, waarschijnlijk tot ongeveer 50 procent in 2050. Voor de andere helft zijn dan dus nog steeds moleculen nodig. Hans: ‘Met alleen windmolens en zonneparken komen we er niet. Moleculen blijven belangrijk, maar het moeten dan wel duurzame moleculen zijn. Daarom moeten we niet alleen inzetten op groene stroom. Het nu verduurzamen van moleculen is net zo hard nodig. Parallel, anders zijn we straks te laat.’

Integraal ontwikkelpad

Binnenkort wordt de tweede editie van II3050 gepubliceerd met daarin vier scenario’s over hoe ons energiesysteem er in 2030 en 2050 uit zou kunnen zien. We zijn in Nederland nu al bezig om de duurzame energieketens van morgen op te bouwen: de keten van bron naar afnemer voor waterstof, groen gas, CO2 en warmte. Wat is er verder nog nodig? InfraVisie is de doorvertaling van II3050 naar de ontwikkeling van de infrastructuur van Gasunie. ‘Het is de maatschappelijke taak van Gasunie dat we alle scenario’s kunnen bedienen met ons transportsysteem,’ vertelt Hans. ‘Je weet echter nooit precies hoe de wereld eruit gaat zien, zeker niet in 2050. We moeten daarom zorgen voor een robuuste infrastructuur, maar ook flexibel kunnen reageren.’

Duurzame moleculen voor Nederland

Met InfraVisie laten we zien welke aanpassingen aan het energiesysteem nodig zijn voor de grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Vooral snelheid is belangrijk. Het mag niet zo zijn dat burgers of bedrijven straks geen duurzame energie kunnen aanbieden of afnemen, omdat de infrastructuur daarvoor nog niet beschikbaar is. Hans: ‘Voor de energietransitie in de bebouwde omgeving hoeft Gasunie niet veel te doen. Groen gas heeft dezelfde specificaties als aardgas en daar hebben we al een heel fijnmazig netwerk voor. En de meeste warmtenetten worden ontwikkeld door andere partijen. Het waterstofnetwerk voor de industrie vergt nog wel veel werk, ook op het gebied van opslag.’

Waterstof en CO₂

‘Opslag van waterstof wordt belangrijk. De vraag naar waterstof vanuit de industrie zal vrij stabiel zijn. Groene waterstof wordt echter gemaakt van zonne- en windenergie. Het aanbod hangt dus af van het weer. Daarom zijn we al een tijdje bezig met de ontwikkeling van opslag in zoutcavernes. Een nieuw inzicht is het belang van een waterstofnetwerk op zee, waarbij zowel de opwek van stroom als de productie van waterstof offshore plaatsvindt. Wat we nog niet precies weten is welke keuzes de industrie gaat maken. Kiezen ze voor elektrificatie, waterstof of het afvangen van CO2? Dat heeft natuurlijk effect op de benodigde infrastructuur. We zijn daarom veel in gesprek met tal van partijen om onze inschattingen verder aan te scherpen.’

Groene toegangspoort van Europa

Nederland is bovendien geen energie-eiland, maar een knooppunt dat ook in een groene toekomst te maken zal hebben met inkomende en uitgaande energiestromen. Sterker nog, door de gunstige ligging kan Nederland een belangrijke rol innemen in het toekomstige energiesysteem van Noordwest-Europa. Via de havens kan waterstof worden geïmporteerd. Voor eigen gebruik én om door te voeren naar landen als Duitsland en België. Voor CO2 geldt het omgekeerde. Door industriegebieden in België en Duitsland te verbinden met onze infrastructuur, kan buitenlandse CO2 worden opgeslagen in Nederlandse lege gasvelden onder de Noordzee. Zo wordt Nederland een spil in Noordwest-Europa voor zowel waterstof als CO2.

InfraVisie blijven aanpassen

Hans: ‘Waterstof, CO2, groen gas ... we moeten overal voldoende infrastructuur voor hebben, zowel in Nederland als in de verbinding met buurlanden. Maar ook weer niet té veel. Daarom zal Gasunie blijven monitoren welke toekomstscenario’s uit lijken te komen en InfraVisie regelmatig aanpassen. Je kunt immers wel een groot CO2-netwerk bouwen, maar als de industrie kiest voor waterstof en elektriciteit, is dat onnodig. We moeten blijven nadenken. En vervolgens moet de infrastructuur ook daadwerkelijk gebouwd worden. Dat is minstens zo ingewikkeld. Wat ga je bouwen? Met wie? Wanneer moet het klaar zijn? De transitie naar het nieuwe energiesysteem is een gebalanceerde samenwerking tussen infrastructuurbedrijven, klanten en de overheid.’

Op weg naar en na de verkiezingen

Speelt InfraVisie ook een rol richting de Tweede Kamerverkiezingen en voor de aankomende regering? ‘Natuurlijk is onze InfraVisie input voor overheidsbeleid,’ beaamt Hans. ‘Dat geldt ook voor II3050 en analyses van TenneT, de beheerder van het landelijk elektriciteitsnet. Bijvoorbeeld voor het beschikbaar stellen van subsidies, maar ook voor het reserveren van ruimte. Denk aan de ruimte die nodig is voor de elektrolysers om waterstof te maken. Voor het reserveren daarvoor wordt zeker ook gebruikgemaakt van onze visie. Daarbij maakt het niet zo uit waar de kiezer straks op stemt. Het kan wat naar links of rechts gaan, maar voor het halen van de klimaatdoelen heb je toch dit hele verhaal nodig. We zullen met elkaar alles uit de kast moeten halen om in 2050 netto nul CO2-uitstoot te hebben.’