Spring naar inhoud

De waterstofketen in het Noordzeekanaalgebied krijgt langzaam vorm

Nieuws

Thema
Nieuws
Leestijd
10 min lezen
Datum

Groene waterstof geproduceerd met zonne- en windenergie in Oman, in vloeibare vorm verscheept naar Amsterdam en via een pijpleiding geleverd aan de industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG). Voor deze ambitie is een goed functionerende waterstofketen in de regio nodig. Die keten begint langzaam vorm te krijgen, maar veel puzzelstukjes moeten wel nog op de juiste plek terechtkomen.

Het NZKG is al lang een belangrijke industriële regio. Ten noorden van Amsterdam, richting Zaandam, liggen tal van voedingsmiddelenfabrieken en ook richting het kanaal naar IJmuiden bevinden zich industriebedrijven en natuurlijk de staalfabriek van Tata Steel. Voor alle industrieën is de levering van energie van levensbelang. En die energie moet duurzamer worden. Waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar een nieuwe keten opbouwen kost tijd en geld en is complex: er zijn producenten en importeurs nodig, infrastructuur om waterstof te transporteren, en afnemers die bereid zijn te investeren in nieuwe productieprocessen.

De drie schakels in die keten - productie en import, transport, en verbruik - zijn alle drie in ontwikkeling in het NZKG. Iedere stap in de keten is een puzzel, waarbij onderlinge afstemming van wezenlijk belang is. Wat is de stand van zaken?

Productie en import: van Oman naar Amsterdam

Voor de import van groene waterstof heeft EcoLog het voortouw genomen. Het bedrijf is opgericht als zusterbedrijf van GasLog, een Griekse rederij met jarenlange ervaring in het vervoer van vloeibaar aardgas (LNG). Die kennis van het werken met koude brandstoffen wil EcoLog nu inzetten voor waterstof, een gas dat tot min 253 graden moet worden afgekoeld om vloeibaar gemaakt te worden.In de Afrikahaven Oost van het Amsterdamse havengebied wil EcoLog een importterminal bouwen voor vloeibare waterstof. De beoogde capaciteit is 200.000 ton per jaar in de eerste fase, met de mogelijkheid om op te schalen naar 600.000 ton. 'Eind vorig jaar hebben we de vergunningsaanvraag ingediend', zegt Mark Hoolwerf van EcoLog. 'We hopen medio dit jaar de vergunning te krijgen. De ambitie is om de terminal eind 2030 operationeel te hebben.' EcoLog richt zich op meerdere landen om vloeibare waterstof vandaan te halen. Eén van de verst gevorderde plannen is de samenwerking met Oman. Tijdens de VN-klimaatconferentie in Dubai werd een studieovereenkomst getekend. Oman heeft een centrale waterstofautoriteit (Hydrom) en acht productieconsortia, waarvan vijf in de havenstad Duqm. 'Toen de sultan vorig jaar op bezoek was in Nederland, zijn producenten, het vervloeiingsbedrijf, EcoLog als transporteur, Hynetwork als netbeheerder en potentiële afnemers voor het eerst bij elkaar gekomen', vertelt Hoolwerf. 'We gaan nu richting commerciële contracten.' Een cruciaal voordeel van vloeibare waterstof ten opzichte van ammoniak, een andere veelgebruikte vorm om waterstof te transporteren, is dat het kraakproces wegvalt. Ammoniak moet bij aankomst namelijk worden teruggekraakt naar waterstof, een energie-intensief proces dat op de plek van bestemming plaatsvindt, waar energie duur is. 'Het energie-intensieve deel, het vloeibaar maken, ofwel het vervloeiingsproces, vindt plaats waar duurzame energie niet duur is, zoals in Oman, dat veel spotgoedkope zonne- en windenergie heeft', aldus Hoolwerf.

Een ander initiatief is van tankopslagbedrijf Evos, dat gespecialiseerd is in de op- en overslag van energie en chemicaliën. Evos wil waterstof importeren middels LOHC-technologie: Liquid Organic Hydrogen Carrier. Dit betekent dat waterstofmoleculen worden gebonden aan een vloeibare drager, met als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande opslag- en transportmiddelen. In de Amsterdamse haven wordt de waterstof weer ‘uitgepakt’ in een zogenoemde ontkoppelingsfabriek (via een dehydrogeneringsproces). Op dit moment wordt gewerkt aan het opzetten van een groene waterstofketen op basis van deze technologie naar Amsterdam, waarbij de waterstof wordt geproduceerd in Canada door North Atlantic.Naast import van waterstof zijn er in het NZKG ook concrete plannen voor lokale productie van groene waterstof via elektrolyse. Volgens het havenbedrijf, Port of Amsterdam, zijn er twee serieuze initiatieven. Een daarvan is het H2era-project van het bedrijf HyCC, onlangs overgenomen door Power2X. Voor een elektrolyser met een vermogen tot 500 megawatt is al ruimte gereserveerd in de Afrikahaven. De vergunningen zijn al verleend. 

'Het NZKG heeft een ideale ligging ten opzichte van de windparken op de Noordzee', zegt Rutger Oorsprong van Port of Amsterdam. De beoogde elektrolysers in het havengebied kunnen dus makkelijk gevoed worden met windstroom. Ook voor de doorvoer van groene waterstof is de ligging van Amsterdam geschikt. 'Lokale productie is echter wel sterk afhankelijk van het Nederlandse en Europese beleid. De randvoorwaarden lopen nog achter op de ambitie.'

Transport: de pijpleiding als sleutelinfrastructuur

De ruggengraat van de waterstofeconomie in het NZKG wordt gevormd door het nationale waterstofnetwerk dat Gasuniedochter Hynetwork aanlegt. In de planning van Hynetwork is dit traject aangeduid als 'tracé 2': een verbinding van de Amsterdamse haven richting Tata Steel in IJmuiden, waarbij het middendeel een om te bouwen aardgasleiding betreft. Vanuit Spaarndam wordt vervolgens de verbinding naar Rotterdam aangelegd (West-Nederland). Vanuit daar wordt het NZKG vervolgens ook verbonden met de andere clusters en het Duitse achterland.

'Het detailontwerp voor NZKG is afgerond', zegt Oorsprong. 'We weten nu op de millimeter nauwkeurig waar de leiding komt te liggen.' Hynetwork verwacht, uitgaande van een nieuw financieringsmodel, voor dit tracé het komende jaar een FID te gaan nemen, zodat ook hier de realisatie van start kan gaan. Volgens de planning van Hynetwork is het tracé in 2030 klaar. De verbinding met Rotterdam moet volgens de laatste opgave van de Gasunie-dochter tussen eind 2031 en eind 2032 klaar zijn. Ook hier maakt Hynetwork goede progressie. Voor dit tracé is in april van dit jaar het onderzoeksplan (concept-NRD) gepubliceerd. In dit plan staat beschreven welke mogelijke routes voor de waterstofleiding Hynetwork onderzoekt op de thema's milieu, techniek, omgeving, kosten en toekomstvastheid. Ook staat beschreven we welke routes al afgevallen zijn en waarom.

In het havengebied zelf ontwikkelt Port of Amsterdam samen met netbeheerder Firan een regionaal waterstofnetwerk, het zogenoemde H2avennet: een distributienetwerk voor relatief kleine afnemers. De ambitie is om dit netwerk door te trekken naar Zaanstad, onder het kanaal door. De aanleg van H2avennet loopt vooruit op het hogedruknetwerk van Hynetwork. 'We willen liever een jaar te vroeg zijn dan een jaar te laat', zegt Oorsprong. 'De markt volgt de infrastructuur, niet andersom.'

Voor EcoLog is de komst van de Hynetwork-pijpleiding geen luxe, maar een voorwaarde. 'Voor de levering van grote volumes gasvormige waterstof is transport via een pijpleiding het meest efficiënt', zegt Hoolwerf. 'We zijn hard op zoek naar meerdere transport- en distributiemogelijkheden. Hynetwork is daarin cruciaal.' Tegelijkertijd ziet EcoLog kansen voor vloeibare waterstof als eindproduct, dat per vrachtauto, trein of binnenvaart verder kan worden gedistribueerd, bijvoorbeeld naar datacenters of voor maritieme en mobiliteitstoepassingen.

Ook voor Tata Steel is de pijpleiding van levensbelang. 'In het ontwerp van onze nieuwe productie-installatie is al rekening gehouden met de aansluitpunten op het netwerk', zegt Jeroen Klumper van het staalbedrijf. Maar hij plaatst ook een kanttekening bij het tempo van de uitrol. 'Als je alle risico's wilt vermijden en geen shortcuts neemt in de procedures, dan gaat het niet snel genoeg. Den Haag zegt al jaren dat we de randjes moeten opzoeken om te versnellen. Maar in de praktijk zie ik dat nog te weinig terug.'

Verbruik: staalfabrieken en datacenters

De waterstofeconomie in het NZKG heeft een grote, potentiële afnemer die het verschil kan maken: het al eerder genoemde Tata Steel. De staalfabriek in IJmuiden is bezig met een ingrijpende verduurzaming. In september 2025 werd een intentieverklaring getekend voor de vergroening van de productie. De nieuwe installatie start op aardgas, waarna waterstof en biomethaan stap voor stap worden bijgemengd. De resterende CO₂-uitstoot kan op termijn worden afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden op de Noordzee. 

'De overstap van steenkool naar aardgas levert al een halvering van de CO2-uitstoot op', vertelt Klumper. 'Dat is al een hele grote stap. En daarna kunnen we alle kanten op, met waterstof en biomethaan, in verschillende verhoudingen. En met CCS inderdaad. Zo komen we uiteindelijk uit bij een groene staalfabriek.' De finale investeringsbeslissing moet nog worden genomen, benadrukt Klumper. 'Maar als die beslissing er is, dan zijn wij een afnemer en gaan we de markt op om te kijken hoe we waterstof en biomethaan voor een betaalbare prijs kunnen inkopen.'

Klumper zegt dat de flexibiliteit van het plan een bewuste keuze is. 'Als je vraag, aanbod en infrastructuur allemaal tegelijk nodig hebt, gaat iedereen op elkaar wachten. Ons plan is zo ontworpen dat je niet op al die elementen tegelijk hoeft te wachten. Als het aanbod er is, nemen wij het af.' Met onder meer EcoLog zijn intentieverklaringen (MOUs) getekend, waarin beide partijen de mogelijkheden onderzoeken van waterstofimport uit onder meer Noorwegen en Oman.

Met Tata Steel als potentiële belangrijke klant zou ook de businesscase voor andere afnemers beter worden. Oorsprong van Port of Amsterdam ziet in de regio nog meer potentieel. 'In Amsterdam en Zaanstad zitten veel bedrijven die wellicht kunnen elektrificeren, maar waarbij verduurzaming via waterstof ook goed mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de voedingsmiddelenindustrie of de productie van bouwmaterialen zoals cement.'

Daarnaast zijn er meer sectoren die van het waterstofnetwerk kunnen profiteren: datacenters, de lucht- en scheepvaart en het wegtransport. Vanuit Amsterdam kan bijvoorbeeld via bestaande en nieuwe pijpleidingen duurzame kerosine naar Schiphol getransporteerd worden. En in IJmuiden en Amsterdam wordt al geëxperimenteerd met waterstofbunkering voor de scheepvaart.

Knelpunten en versnellers

Ondanks alle plannen en projecten zijn er nog de nodige obstakels te overwinnen. Een van de grootste hobbels is de onzekerheid rond het overheidsbeleid. Zo is de bijmengverplichtingen voor waterstof in energiecentrales weliswaar aangekondigd, maar vervolgens weer ingetrokken. 'Dat is jammer', zegt Hoolwerf. 'Duidelijke en stabiele regelgeving zorgt voor gegarandeerde vraag. Als die er is, kunnen partijen langjarige contracten sluiten.' 

Oorsprong sluit zich daarbij aan. 'De Europese industriepolitiek is nog te onvoorspelbaar. Partijen zijn pas bereid te investeren als ze weten dat waterstof van A naar B kan en dat er industriële afnemers zijn voor de lange termijn.' Hij pleit ook voor publieke aanbestedingen als marktversneller, zeker in de eerste fase. 'Als overheden bij de aanbesteding waterstof stimuleren, geef je de markt een slinger. Dat helpt andere partijen over de drempel.'

Klumper ziet geopolitiek als een extra argument om door te gaan. 'Je wilt af van de afhankelijkheid van fossiele energie uit autocratische landen. Dat geldt nu meer dan ooit.' Maar hij is ook realistisch: 'We hebben een business case voor ons Groen Staal-project. Dat vormt ook de basis voor het verzoek om een maatwerkafspraak met het ministerie. Onze klanten zijn bereid om groen staal af te nemen. Alleen is er nog sprake van een hogere prijs op dit moment. We hebben te maken met een onrendabele top. Daarom is vraagstimulering van belang.'

Toch is er optimisme. 'We gaan van ambitie nu echt naar uitvoering', zegt Oorsprong. De infrastructuur komt er, de eerste afname- en leveringscontracten worden gesloten, en de urgentie neemt toe. Hoolwerf van EcoLog is het met hem eens: 'Als wij onze eerste afnamecontracten hebben en we gaan bouwen, dan zul je zien dat meer partijen zich committeren.'