Van padden tot vleermuizen: natuur langs het tracé van het waterstofnetwerk
Nieuws
Een waterstofnetwerk aanleggen betekent werken in een gebied waar mensen, industrie én natuur dicht op elkaar leven. Daarom kijken we bij de aanleg van het waterstofnetwerk niet alleen naar techniek en veiligheid, maar ook naar alles wat groeit, bloeit, vliegt en loopt. Ecologie is een vast onderdeel van het milieueffectrapport (MER). Stijn Nollen, adviseur ecologie bij Gasunie, vertelt hoe we zorgvuldig omgaan met natuur bij de aanleg van het waterstofnetwerk.
Weten wat er leeft
'Voor we aan het werk mogen, moeten we goed weten welke planten en dieren er in een gebied leven,' legt Stijn uit. 'En wat de mogelijke effecten van onze werkzaamheden daarop zijn.' Ecologisch onderzoek is wettelijk verplicht en helpt om schade aan beschermde soorten te voorkomen.
We onderzoeken het hele tracé van het waterstofnetwerk. Dit is bijvoorbeeld net gebeurd in het Noordzeekanaalgebied en volop aan de gang langs het tracé van de Delta Rhine Corridor. 'We starten achter het bureau, met bestaande gegevens en kaarten. Welke soorten zouden hier kunnen voorkomen? Daarna gaan we het gebied in om te kijken wat er daadwerkelijk leeft. Vervolgens wordt bekeken welke geplande werkzaamheden effect hebben op de soorten.'
In het geval van de Delta Rhine Corridor trekken ecologen een jaar lang het veld in, op zoek naar planten en dieren. Van kleine insecten tot vogels, vleermuizen en zelfs bevers.
Elke omgeving vraagt om andere keuzes
Het tracé van het waterstofnetwerk gaat door heel verschillende gebieden: onder water, langs havens, door veenweiden en door bos. 'Dat betekent dat we met veel verschillende natuur te maken krijgen, allemaal langs één leiding,' zegt Stijn.
In het Noordzeekanaalgebied hergebruiken we tussen Beverwijk en Amsterdam een bestaande aardgasleiding. 'Dat scheelt niet alleen kosten, maar ook een hoop impact op de natuur. De leiding ligt er al en het meeste werk gebeurt dan binnenin de leiding.'
Ook de manier van aanleggen maakt verschil. 'Verschillende technieken hebben een andere impact op de omgeving en op de ecologie. Daarom kijken we steeds: wat is technisch mogelijk, wat is haalbaar en wat betekent dat voor de natuur? Die afweging maken we iedere keer opnieuw.'
Onderzoek in alle seizoenen
Ecologisch onderzoek gebeurt niet in één keer. ‘Sommige soorten zie je alleen in een bepaalde periode van het jaar,’ vertelt Stijn. ‘Daarom doen we gefaseerd onderzoek.'
Zo worden bijzondere planten in het groeiseizoen bekeken en controleren ecologen in de winter bomen op jaarrond beschermde nesten, zoals die van een buizerd. Voor dieren is soms extra speurwerk nodig. 'Rugstreeppadden hoor je ’s zomers ’s nachts roepen. Dan gaan ecologen letterlijk ’s nachts op pad om te tellen waar ze zitten en hoeveel het er zijn.'
Voor grotere zoogdieren zoals vossen en marters worden wildcamera’s ingezet. 'Zo krijgen we een goed beeld zonder dieren te verstoren.'
Wat we tegenkwamen in het Noordzeekanaalgebied
In het Noordzeekanaalgebied zijn inderdaad beschermde soorten aangetroffen. 'Bijvoorbeeld rugstreeppadden bij Ruigoord en langs de Ruigoordweg,' zegt Stijn. 'Ook hebben we steenmarters gevonden bij Spaarnwoude, in de buurt van een afsluiterstation.'
De aanwezigheid van deze dieren betekent niet dat het project stopt, maar wel dat er maatregelen nodig zijn. 'Ons doel is altijd: werkzaamheden uitvoeren én de natuur beschermen.' De maatregelen nemen we op in de omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit, waarvoor het project momenteel een aanvraag voorbereidt.
Bij de steenmarters verbeteren we het leefgebied tijdens en na onze werkzaamheden: 'We zorgen voor extra nestgelegenheid en we versterken verbindingsroutes, zodat de dieren zich gemakkelijker kunnen verplaatsen.'
Voor de rugstreeppadden nemen de ecologen tijdens de werkzaamheden aanvullende maatregelen. 'We plaatsen schermen rond het werkterrein, zodat padden er niet op kunnen komen en niet verstoord worden. Voordat we beginnen, halen we ze zorgvuldig uit het gebied waar we werken.' Tijdens de werkzaamheden wordt tijdelijk een geschikt alternatief leefgebied ingericht. 'Na afloop geven we het gebied weer terug.'
Ook aandacht voor dieren in de lucht
Niet alleen dieren op de grond vragen aandacht. ‘Over het Noordzeekanaal loopt een vaste vliegroute voor vleermuizen,' vertelt Stijn. Omdat vleermuizen gevoelig zijn voor licht, wordt hier rekening mee gehouden. 'We beperken verlichting zo veel mogelijk, gebruiken alleen licht waar we werken en richten het naar beneden. Zo verstoren we hun vliegroutes zo min mogelijk.'
Werken mét respect voor de natuur
Wat Stijn het mooiste vindt aan zijn werk? 'Dat we het project vooruithelpen en tegelijkertijd de bescherming geven die de natuur verdient.'
Volgens hem is het ecologisch onderzoek geen vast eindpunt, maar een doorlopend proces. 'Het is een puzzel die we stap voor stap leggen. Maar juist die balans tussen bouwen aan nieuwe energie-infrastructuur en zorgen voor de natuur, maakt dit werk zo interessant.'