Spring naar inhoud

Gasunie onderzoekt waterstofnetwerk op Noordzee

Nieuws

Thema
Nieuws
Leestijd
4 min lezen
Datum

Nederland heeft een forse klimaatdoelstelling voor de productie van waterstof. De Noordzee biedt via windparken kansen voor de opwek van de benodigde duurzame energie. Werna Udding, bij Gasunie verantwoordelijk voor offshore waterstof, licht toe: ‘Wij zijn al bezig met het nationale waterstofnetwerk op land. En nu onderzoeken we samen met andere partijen ook de mogelijkheden van het aanleggen van een offshore waterstofnetwerk.’ 

Groene waterstof speelt een belangrijke rol in de energietransitie. Bijvoorbeeld in de verduurzaming van industrie en zwaar transport. Maar ook als grondstof in de chemie. ‘Nederland heeft daarom een ambitieus doel voor de productie van waterstof: 4 gigawatt in 2030 en er wordt nagedacht over verdubbeling van die ambitie,’ vertelt Werna. Internationaal ligt de lat nog hoger. Afgelopen zomer ondertekende Nederland met Denemarken, Duitsland en België de Esbjerg-verklaring waarin zij afspraken de Noordzee als ‘groene energiecentrale’ te ontwikkelen. In 2030 willen ze 65 gigawatt wind op zee produceren, waarvan 20 bestemd is voor het maken van groene waterstof. Dat kan nog meer worden, denkt Werna. ‘Minister Jetten (Energie en Klimaat) laat onderzoeken of er in 2050 70 gigawatt windenergie op zee kan zijn opgesteld.’  

Werna Udding

Ruimte voor grootschalige energie-opwek

Groene waterstof wordt gemaakt met zonne- en windenergie. De waterstofplannen in Nederland maken vooral gebruik van energie van windparken op zee. De Nederlandse Noordzee heeft potentie voor grootschalige opwek van de benodigde energie. In de plannen tot 2030 komt de stroom van die toekomstige windparken hoofdzakelijk met kabels aan land, waar het in elektrolysers kan worden omgezet in groene waterstof. Er wordt nu ook gedacht aan elektrolyse op zee, vlak bij de bron. In plaats van de stroom eerst naar land te brengen met een kabel, wordt er meteen waterstof van gemaakt die via buisleidingen naar wal gaat. Zo’n buisleiding kan veel energie transporteren waardoor je met één leiding energie van verschillende plekken op zee kunt verzamelen en naar land kunt brengen.

Waterstofnetwerk voor transport naar de wal

Werna en haar team onderzoeken daarom nu de mogelijkheden voor het aanleggen van een waterstofnetwerk op zee. ‘Waar moet het aan voldoen, wat zou het moeten kosten, waar moet en kan het aan wal komen? Maar we kijken ook naar het hele systeem waar de infrastructuur bij moet passen: van hoeveel windenergie willen we waterstof maken? Ook zijn er nog vragen rond regelgeving en instrumentarium. Dat is allemaal nog niet duidelijk.’ 

Werna ziet de voordelen als Gasunie het waterstofnetwerk op zee aanlegt. Gasunie ontwikkelt namelijk al het nationale waterstofnetwerk op land. Dit gebeurt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat nadat uit onderzoek bleek dat het bestaande gasleidingennetwerk voor maar liefst 85 procent veilig in te zetten is. Werna: ‘Wij kunnen zorgen voor een transportnetwerk waar iedereen op kan aansluiten waardoor je niet ieder windpark apart op land hoeft aan te koppelen. Daarnaast creëer je op deze manier een systeem dat aansluit op de waterstofinfrastructuur op land.’ 

Nú beginnen

De eerste elektrolyseprojecten ontstaan allemaal op land. Waterstof maken op zee staat in de kinderschoenen. ‘Ik denk dat de eerste grotere pilots en projecten in 2028 of 2029 operationeel kunnen zijn’, aldus Werna. ‘De voorbereidingen daarvoor moeten nú beginnen. En dus moet ook de ontwikkeling van het waterstofnetwerk op zee snel starten. Zodat het op tijd klaar is om de geproduceerde waterstof aan land te brengen.’

Publiek of privaat

De overheid zal bepalen of waterstof uiteindelijk via een publiek of privaat netwerk aan land komt. Binnenkort moet duidelijk worden wie het waterstofnetwerk op zee mag gaan ontwikkelen. Gasunie is er volgens Werna klaar voor. ‘Wij hebben kennis en ervaring. Als je het slim doet, heb je in een keer voor een heel aantal jaren de infrastructuur gerealiseerd. Met ook verbindingen naar het buitenland. Plus naar opslag, voor extra flexibiliteit in onze energievoorziening. Zo zijn we voorbereid op een duurzaam energiesysteem.’