Spring naar inhoud

Marktpartijen willen samenwerken om waterstofnetwerk en -markt te realiseren en de industrie te verduurzamen

Nieuws

Thema
Nieuws
Leestijd
8 min lezen
Datum

De realisatie van het waterstofnetwerk in Nederland schuift op, zo maakte Hynetwork, dochter van Gasunie, onlangs bekend bij de presentatie van het geactualiseerde voorstel tot aanpassing van het uitrolplan. Niet in 2030, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, maar uiterlijk in 2033 moet het waterstofnetwerk klaar zijn. Voor bedrijven is dit vervelend, maar marktpartijen laten weten alles op alles te willen zetten om de vaart erin te houden. Daarvoor is het nodig dat het investeringsklimaat voor de industrie verbetert en de overheid de ontwikkeling van de waterstofmarkt stimuleert.

Hynetwork consulteert momenteel het nieuwe voorstel tot aanpassing van het uitrolplan. Helmie Botter, verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de waterstofactiviteiten bij Gasunie legt uit: 'We nemen de inbreng vanuit de markt mee bij het finaliseren van ons voorstel voor het uitrolplan en we gaan met partijen in de clusters in gesprek over de gedetailleerde planning. Deze afstemming en samenwerking moet ertoe leiden dat zoveel mogelijk risico's worden ondervangen, zodat er maximaal snelheid gemaakt kan worden in de uitvoering. Daarnaast zullen we onze samenwerking sterker inzetten op het op gang brengen van de waterstofmarkt. Hierbij zullen we ook de overheid betrekken.'

Vier vertegenwoordigers vanuit de industrieclusters reageren op het nieuwe voorgestelde uitrolplan van het waterstofnetwerk.

Koos van Haasteren, Executive Director Chemelot

'Pijpleidingen zijn voor Chemelot altijd een lifeline geweest. Voor de verduurzaming van ons chemiepark hebben we concurrerende waterstof nodig en willen we CO2 kunnen afvoeren. De politiek doet er weliswaar veel aan om de leidingen aangelegd te krijgen, maar het resultaat tot nu toe is dat Chemelot pas 6 jaar ná Rotterdam wordt aangesloten op waterstof- en CO2-pijpleidingen. Je kunt je voorstellen dat we daar iets van vinden.'

'Het nieuwe uitrolplan en de bijbehorende tijdlijn die Gasunie bekend heeft gemaakt geven het benodigde inzicht in de realisatie van de infrastructuur. Bedrijven op Chemelot vragen zich wel af hoe ze de periode tot 2032 door moeten komen. Dat duurt nog 7 jaar! De waardeketens staan onder druk en moeten er tegen die tijd wel nog zijn. Er moeten echt meer dingen gebeuren om vertrouwen te krijgen in een goede afloop. Elektriciteit is in België en Duitsland 50 procent goedkoper dan in Nederland. Bovendien hebben wij een nationale CO2-heffing. Dat zijn twee belangrijke factoren die het investeringsklimaat in Nederland ondermijnen. Daarnaast worstelen we met netcongestie, aansluitkosten en vergunningen. We hebben wereldwijd een gelijk speelveld nodig. Maar de situatie wordt eigenlijk eerder slechter dan beter. 

Dat gezegd hebbende: we merken dat de wil en de bereidheid er is om risico’s in de uitvoering van de transitie weg te managen. Hoe? Door ieders teleurstelling over de vertraging te laten voor wat die is. We moeten de aanleg van essentiële infrastructuur technocratiseren en depolitiseren. Laten we de beste ambtenaren en ingenieurs bij elkaar zetten om de boel zoveel mogelijk te versnellen. 

We gaan in januari een team vormen samen met Gasunie. De provincie Limburg is belanghebbende, dus die schuift ook aan. De vraag die op tafel ligt: kunnen we de uitvoering versnellen? Het lijkt een constructieve samenwerking te worden. We willen kijken wat er haalbaar en mogelijk is.

De uitdaging van de klimaat- en grondstoffentransitie is enorm. We hebben niet eerder twee transities tegelijk gedaan. Maar ik geloof erin! Het is niet meer dan logisch dat we meer moeten samenwerken. Er is een publiek private coalitie nodig om de transitie voor elkaar te krijgen. We mogen wel wat meer urgentie en lef tonen. Die samenwerking en het broodnodige ondernemerschap is nu aan het ontstaan.'

Barbara Huneman, Regisseur Cluster 6-bedrijven

'De nieuwe planning van Gasunie geeft meer inzicht in de ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur, maar voor de zogenoemde Cluster 6-bedrijven is de onzekerheid desondanks groot. Het gaat bij Cluster 6 om industriële (maak)bedrijven zoals steen-, papier- en glasfabrieken die niet in één van de 5 grote clusters zijn gevestigd. Omdat het waterstofnetwerk eerst in de 5 grote clusters wordt aangelegd, en vervolgens de verbindingen tussen die clusters worden aangebracht, komen de cluster 6-bedrijven pas daarná aan de beurt.

'Met het nieuwe uitrolplan van Gasunie is de kip-ei-discussie helaas nog niet beslecht. Gasunie gaat niet over de waterstof zelf. Die is nog heel duur. En omdat Cluster 6-bedrijven in de periferie zitten, en er dus meer infrastructuur voor moet worden aangelegd, zal het naar mijn verwachting altijd een dure optie blijven. Het uitrolplan is belangrijk, maar voor Cluster 6-bedrijven is het niet voldoende om investeringsprojecten voor duurzame productiefaciliteiten in beweging te krijgen. Naast infrastructuur is ook een concurrerend geprijsd product nodig.

Om de vaart erin te houden, pleit ik ervoor om te focussen. Laten we naast de uitrol van het landelijke netwerk in één of twee voorbeeldregio’s met waterstof aan de slag gaan, zodat we concrete stappen kunnen zetten én de lessen elders kunnen toepassen. Brick Valley in Gelderland is zo’n voorbeeldregio, waar veel bedrijven zitten die interesse hebben in waterstof en waar de randvoorwaarden gunstig zijn. Dat geldt ook voor het industriële cluster in Oost-Groningen. We moeten veel leren, laten we dat in één van deze regio’s doen.'

Maarten den Dekker, Chief Sustainability and Digital Officer North Sea Port

'Het industriecluster in onze cross-border haven is met een jaarlijks verbruik van 580 kiloton het grootste waterstofcluster in de Benelux. Dat is nu nog allemaal grijze waterstof. En de vraag zal alleen maar toenemen.'

Het baart ons zorgen dat de tijdlijnen voor de waterstofinfrastructuur naar achteren schuiven. Marktpartijen willen net iets sneller gaan. En wat gaat de Europese RED3-richtlijn (Renewable Energy Directive) precies betekenen aan verplichtingen voor de industrie? Kun je wel verplichtingen opleggen aan de industrie als er geen mogelijkheden zijn om die te realiseren?'

'Naast het eerst realiseren van de lokale netwerken binnen de clusters, is de bouw van de verbindingen tussen de clusters voor ons ook belangrijk. De import en de doorvoer van waterstof - en een waterstofdrager als ammoniak - is voor ons een kans als diepzeehaven. We hebben wel verbindingen naar het achterland nodig om het naar industriële centra in Nederland, Duitsland en België te krijgen. 

De boodschap over de vertraging in de uitrol van het waterstofnetwerk was natuurlijk niet prettig, maar we voeren constructief overleg met Gasunie over de manier waarop we de infrastructuur zo snel mogelijk operationeel krijgen. Er is net een nieuwe OWE-subsidieronde geweest voor de productie van hernieuwbare waterstof. In combinatie met het nieuwe uitrolplan gaat dat misschien een paar bedrijven een duwtje geven om te investeren. Maar de vraag blijft wie er bereid is te betalen voor groene waterstof? RED3 en de raffinageroute zijn daarvoor cruciaal.

Er is nog een hele trits randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om de waterstofmarkt te kickstarten. De planning van de infrastructuur is belangrijk, maar er zijn tal van andere factoren die investeringsbeslissingen tegenhouden. Naast de raffinageroute en de implementatie van RED3 zijn er onzekerheden rond de tarieven van een stroomaansluiting en de transportkosten van waterstof. Het investeringsklimaat heeft echt een impuls nodig.

In de eerste fase kan de uitrol van low carbon-certificaten de pijn van de vertraagde interconnectie van de clusters verzachten. Dan koop je als afnemer niet het fysieke product, maar een certificaat. Zo kun je de waterstofmarkt in het begin op gang krijgen zonder transport.'

Huibert van Rossum, Programmamanager Energietransitie External Affairs Havenbedrijf Rotterdam en directeur Programmabureau industriecluster Rotterdam – Moerdijk

'We willen een klimaatneutrale haven worden met economische en maatschappelijke toegevoegde waarde. De Rotterdamse haven wil ook bijdragen aan de geopolitieke weerbaarheid van Europa. Dat kan door een productielocatie te blijven voor de industrie en door een draaischijf te zijn voor hernieuwbare energie en groene grondstoffen. Dan waarborgen we de leveringszekerheid en de welvaart van Noordwest Europa.'

'Onze zorg is dat de onderlinge verbinding van markten in het ARRRA-cluster (Antwerpen, Rotterdam, Rijn-Ruhrgebied Area) laat komt. Dat maakt de schaalsprong die we willen maken - van duurzame projecten naar systeemverandering - moeilijk. De markt heeft een kickstart nodig. De keten komt pas op gang als er productie en import is, als er pijpleidingen zijn, en als er afnemers zijn. Alles moet parallel. Infrastructuur is een essentiële randvoorwaarde en gaat voor de markt uit.

De industrie is in onze ogen het vliegwiel om die markt los te trekken. Mijn zorg is dat het nieuwe uitrolplan te weinig zekerheid geeft aan bedrijven die willen investeren, dus het is goed dat Gasunie hierover om tafel gaat met de betrokken partijen. Als Gasunie zegt: de aansluiting is er in 2031 of 2032. Welk contract kun je dan sluiten? Tegen dat soort onzekerheden loop je aan. Dan blijft iedereen wachten. Daarom moeten we de markt met alle betrokkenen gezamenlijk en tegelijkertijd kickstarten.

Wij doen een oproep aan Gasunie en aan alle andere partijen - overheid, vergunningverleners, infrastructuurbedrijven en industriële afnemers - om vanuit backcasting te gaan plannen. Willen we in 2030 een pijpleiding hebben? Wat hebben we nodig om dat te realiseren? Laten we gezamenlijk aan de planning werken. Voor de industrie is dat belangrijk, want bedrijven zijn gebonden aan allerlei CO2-reductieverplichtingen.

De positie van de industrie staat onder druk. Lees ook het Draghirapport over het Europese concurrentievermogen: het is do or die voor de Europese industrie. Iedereen moet bereid zijn uit zijn eigen comfortzone te stappen. Met de aanleg van de LNG-terminal in de Eemshaven is het ook gelukt om snelheid te maken. Als we de markt voor hernieuwbare energie en groene grondstoffen willen versnellen, dan zullen we het op zo’n manier moeten aanpakken.'