Delta Rhine Corridor
Veelgestelde vragen
-
Het kabinet ziet een aantal uitdagingen op het gebied van klimaat, economie, leveringszekerheid van energie en energieonafhankelijkheid van andere landen. Zo loopt ze
tegen de volgende zaken aan:- Klimaat: In 2030 moet Nederland 55 procent minder CO2 uitstoten, vergeleken met 1990. Dit kan door over te gaan op hernieuwbare energie, zoals waterstof. Daarnaast wordt ingezet op afvangen en opslaan van CO2. Door CO2 permanent op te slaan, wordt voorkomen dat deze in de atmosfeer terechtkomt.
- Energie: Voor het energiesysteem van Nederland zijn duurzaamheid, leveringszekerheid en energie-onafhankelijkheid cruciaal. Ontwikkelingen zoals de Russische inval in Oekraïne spelen hierin een rol.
- Economische waarde industrie: Voor het behoud van de economische waarde van de grote industrieclusters is het verduurzamen van bedrijfsprocessen waarvoor nu fossiele grond- en brandstoffen worden gebruikt essentieel.
De buisleidingen van de Delta Rhine Corridor kunnen hierin een uitkomst bieden. Door de buisleidingen van de Delta Rhine Corridor voor waterstof en CO2 aan te leggen, kunnen grote industrieclusters zoals bij het Noordzeekanaalgebied of Rotterdam/Moerdijk in Nederland (en Duitsland) drastisch verduurzamen. Zo beschermen we het klimaat en maken we onszelf minder afhankelijk van andere landen.
De Delta Rhine Corridor verbindt Nederland met Duitsland en draagt zo bij aan een sterkere strategische en economische positie van de industriegebieden in Noordwest-Europa. Ook draagt de Delta Rhine Corridor bij aan de concurrentiepositie van de haven van Rotterdam als waterstofhub in Noordwest-Europa. -
Er wordt gewerkt aan drie buisleidingen: voor waterstof, CO2 en ammoniak en drie gelijkstroomkabels (gezamenlijk 6 GigaWatt). In september 2023 hebben de betrokken ministers besloten dat deze worden meegenomen in de ruimtelijke inpassingsprocedure. Daarmee is een streep gezet door de buisleidingen voor aardgas, lpg en propeen die bij aanvang van het project wel werden meegenomen in de plannen.
Gasunie heeft aangegeven dat een nieuwe aardgasleiding niet nodig is en voor lpg en propeen is geen initiatiefnemer gevonden, ook niet na actief zoeken. Bovendien wordt in de haven van Rotterdam geen extra capaciteit voor lpg en propeen verwacht, waarvoor buisleidingen nodig zouden zijn. De volledige toelichting op het besluit van de ministers staat in de brief aan de Tweede Kamer van 5 oktober 2023.
-
In Nederland is de totale route van de Delta Rhine Corridor ongeveer 270 kilometer lang en loopt door de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg. De eindgebruikers van de stoffen bevinden zich op verschillende plekken langs de route. Dit betekent dat niet iedere buisleiding of kabel hetzelfde begin- of eindpunt heeft. Ook wordt er voor de waterstofleiding gekeken op welke plekken gebruik gemaakt kan worden van bestaande aardgasleidingen.
Uitgangspunt voor de route is de strook die het Rijk in 2012 heeft gereserveerd voor toekomstige buisleidingen van nationaal belang, de SVB-strook. Ook zal er op verschillende plekken afgeweken moeten worden van de SVB-strook, bijvoorbeeld omdat er al leidingen liggen of omdat er obstakels zijn op of direct langs de SVB-strook.
Op deze website ziet u op de kaart de SVB-strook en het zoekgebied voor de buisleidingen.
-
De buisleidingen en kabels worden ondergronds aangelegd. Je ziet ze dus niet. Wel is de grond erboven onbebouwd en staan er geen bomen op. Langs de route komen enkele bovengrondse installaties die nodig zijn voor het gebruik van de buisleidingen. Bijvoorbeeld om de druk op peil te houden of om delen te kunnen afsluiten. Waar die installaties precies komen, is nu nog niet bekend.
-
De buisleidingen gaan waterstof, CO2 en ammoniak vervoeren. Waterstof is brandbaar wanneer het buiten de buisleiding komt en ammoniak is bij hoge concentraties giftig wanneer het wordt ingeademd. Daarom wordt uitvoerig onderzoek gedaan naar de veiligheid van de buisleidingen, zowel bij het ontwerp als bij de inpassing. De buisleidingen worden alleen aangelegd als we kunnen aantonen dat de veiligheid gewaarborgd kan worden. Net zoals we dat ook kunnen zeggen over de huidige (aardgas)leidingen die onder de grond liggen.
Voor de externe veiligheid van buisleidingen zijn wettelijke kaders opgesteld die ook gelden voor de Delta Rhine Corridor. Deze zijn terug te vinden in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Ammoniak is nog niet eerder op deze schaal en over deze afstand vervoerd. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ziet er op toe dat er nieuwe kaders worden opgesteld waarin veiligheidseisen voor deze ammoniakleiding geborgd worden. -
De bouw wordt zorgvuldig gepland om de overlast voor omwonenden en bedrijven langs de route zoveel mogelijk te beperken. Het is niet te voorkomen dat de omgeving te maken krijgt met bouwverkeer en wegen die tijdelijk zijn afgesloten. En in sommige gevallen is overlast onvermijdelijk. Ruim voordat de werkzaamheden starten wordt u hiervan op de hoogte gebracht.
Welke werkzaamheden precies op welke plek uitgevoerd gaan worden is nog niet duidelijk. Ook is nog niet duidelijk of de buisleidingen en kabels tegelijkertijd worden aangelegd of dat dit in verschillende fases zal gebeuren. Daar zal in de loop van het project meer duidelijkheid in komen.
In principe worden buisleidingen en stroomkabels aangelegd door een open ontgraving. Dit is het snelst, kent de minste risico's, heeft de laagste kosten en maakt het beheer na ingebruikname het eenvoudigst.
Bij kruisingen of aandachtspunten kunnen ook zogenaamde sleufloze technieken worden toegepast, zoals het boren van een leiding. Of hiervoor gekozen wordt, hangt af van verschillende factoren zoals de effecten op de omgeving, de beschikbare ruimte en de technische mogelijkheden.
Ruim voordat we starten met de werkzaamheden bespreken we met de eigenaren/gebruikers van de betrokken percelen de impact op hun directe omgeving. We beseffen namelijk goed dat we te gast zijn op en in andermans grond.
-
Bij de keuze van het tracé wordt rekening gehouden met verschillende omgevingswaarden zoals natuurgebieden, waterwingebieden en waterkeringen, Landelijk Groen Erfgoed en monumentale bomen.
Voor het tracé van de DRC wordt uitgegaan van de strook die gereserveerd is in de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035: de SVB-strook. We streven ernaar om natuurgebieden zo veel mogelijk te ontzien. Daarom willen we samen met natuurbeheerders zoeken naar (technische) mogelijkheden om de impact op natuurgebieden te verkleinen. Hierbij geldt wel dat eventuele alternatieven weer kunnen conflicteren met andere belangen. Daarom is het belangrijk om alle mogelijke alternatieven goed te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen.
Dit onderzoek is onderdeel van de concept-NRD, de volgende stap in de procedure voor de DRC. In dit document staat ook welke milieueffecten worden onderzocht voor het opstellen van het milieueffectrapport. En er wordt beschreven welke mogelijke routes daarbij worden meegenomen.
We verwachten in de loop van 2024 de concept-NRD te publiceren.In de milieueffectrapportage beoordelen we de aanleg van de leidingen en de gelijkstroomverbindingen op effecten op de omgeving. We kijken dan naar verschillende milieuthema’s, zoals bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie. Voor ieder milieuthema kijken we of er gevolgen zijn tijdens de aanleg of als de buisleidingen en kabels in gebruik zijn. We starten met de milieueffectrapportage in 2024.
-
In de eerste fase van het onderzoek, de verkenning, spreken we met de betrokken gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties en belangenverenigingen. Deze gesprekken zijn vanaf de zomer 2023 gevoerd en vinden nog steeds regelmatig plaats. Omdat op sommige locaties onderzoek nodig is om te kijken welke mogelijkheden er zijn voor het tracé, hebben we ook al gesprekken met enkele grondeigenaren.
We zitten nu nog in de voorbereidingsfase. De precieze werkzaamheden en planning zijn nog niet bekend. Bent u grondeigenaar of -gebruiker en loopt het beoogde tracé over uw perceel? Dan bespreken we ruim voordat we starten met de werkzaamheden de impact op uw directe omgeving. Tijdens de gesprekken bespreken we ook uw bedrijfsvoering en welke oplossingen er zijn. Ook bespreken we dan de mogelijkheden voor compensatie.
Vanwege de omvang van de DRC is het niet mogelijk om alle grondeigenaren tegelijkertijd persoonlijk te benaderen. Er wordt een logische volgorde bepaald.
Heeft u een vraag? Dan kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen. Dat kan door een online contactformulier in te vullen. U vindt het formulier op deze website. In iedere provincie is een regiocoördinator aangesteld. Uw vraag komt dan terecht bij de regiocoördinator in uw provincie.
-
De Rijksoverheid heeft de Delta Rhine Corridor aangemerkt als project van nationaal belang en coördineert sindsdien de besluitvorming. Energieprojecten die onder Rijkscoördinatie vallen moeten een zorgvuldige procedure doorlopen om tot een projectbesluit te kunnen komen. De projectprocedure is in het leven geroepen om vergunningsprocedures te verkorten en minder complex te maken. Ook zijn projecten onder deze procedure verplicht om op meerdere momenten reactiemogelijkheden te bieden.
Bij ieder stap in de procedure communiceren we actief vanuit het project naar de omgeving. Welke kanalen en middelen we daarvoor inzetten is afhankelijk van de fase in het project en de signalen en wensen die we krijgen vanuit regionale overheden. Samen met RVO en met gemeenten zorgen we dat u op verschillende manieren op de hoogte wordt gehouden bij ontwikkelingen. Om geen informatie over het project te missen kunt u zich ook aanmelden voor de nieuwsbrief via deze website.
Voor informatie over het project kunt u terecht op de website van Gasunie. Meer informatie vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over dit project vindt u op de website van RVO.
Ten slotte kunt u terecht bij een van de regiocoördinatoren als u behoefte hebt aan persoonlijk contact. In iedere provincie is een andere regiocoördinator aangesteld bij wie u terecht kunt met vragen, zorgen, suggesties of voor meer informatie. U kunt via een online formulier contact opnemen met de regiocoördinator in uw provincie.
-
We vinden het belangrijk dat iedereen die in aanraking komt met de DRC belangen, zorgen, meningen of ideeën kan delen. Zo verkrijgen we inzicht in hoe het project leeft in de omgeving en kunnen belangen voldoende worden meegenomen in afwegingen die worden gemaakt voor het project.
In het voorstel voor participatie staat beschreven hoe het projectteam de omgeving en belanghebbenden wil betrekken bij het project. Dit document en meer informatie vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat vindt u op de website van RVO. Op dit moment wordt het voorstel voor participatie, met behulp van reacties uit de omgeving, omgezet in een participatieplan. We verwachten het participatieplan in de loop van 2024 te publiceren.
De eerstvolgende keer dat u kunt reageren op de plannen is bij de publicatie van het concept-onderzoeksplan: de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD). In dit document staat welke milieueffecten worden onderzocht voor het opstellen van het milieueffectrapport. Ook wordt beschreven welke mogelijke routes daarbij worden meegenomen. We verwachten in de loop van 2024 de concept-NRD te publiceren. De publicatie wordt breed bekend gemaakt. Ook worden er informatiebijeenkomsten gehouden waarbij iedereen welkom is.
-
- De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) is samen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) het bevoegd gezag voor de besluitvorming over de ruimtelijke inpassing van het project. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei is verantwoordelijk voor het coördineren van de projectprocedure. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is betrokken omdat zij verantwoordelijkheid is voor beleid voor (buis)infrastructuur.
- Gasunie is de initiatiefnemer voor beide projecten, DRC West en DRC Oost.
- Vanuit hun rol als bevoegd gezag zijn de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg betrokken, net zoals de gemeenten en waterschappen in de projectgebieden voor DRC West en DRC Oost.
-
Een waterstofleiding tussen Boxtel en Chemelot is geen onderdeel meer van de plannen voor de Delta Rhine Corridor. In plaats daarvan start er een projectprocedure voor het project Waterstofnetwerk Limburg. In dit project gaat het om de aanleg van een waterstofleiding van Ravenstein tot aan Chemelot. In Ravenstein sluit Waterstofnetwerk Limburg aan op het landelijke waterstofnetwerk.
Gasunie is met Chemelot in gesprek over een eventuele CO2-buisleiding. -
Een herbruikbare ‘multipurpose’ buisleiding is niet opgenomen in de nieuwe DRC-projecten. De industrieclusters in Noord-Brabant blijven wel zicht houden op de aansluiting op waterstof, waardoor zij ook kunnen verduurzamen. Moerdijk en de Amercentrale krijgen daarnaast de mogelijkheid om aangesloten te worden op de CO2-buisleiding.