Gasopslag en strategische reserves: hoe maken we het energiesysteem weerbaarder?
Nieuws
De Nederlandse gasopslagen worden dit jaar langzamer gevuld dan gebruikelijk. Tegelijk groeit de discussie over strategische reserves en de rol die ze spelen in onze energievoorziening. Wat is het verschil tussen gasopslag en strategische reserves? En wie is waarvoor verantwoordelijk? Jeroen Zanting, algemeen directeur Gasunie Transport Services (GTS), legt uit hoe het systeem werkt en waarom Nederland volgens hem beter voorbereid moet zijn op langdurige verstoringen.
Wat is precies de taak van GTS in de Nederlandse gasvoorziening, en wat valt daar nadrukkelijk buiten?
‘GTS is een honderd procent dochter van Gasunie en is door de overheid aangewezen als landelijk netbeheerder. Zoals TenneT verantwoordelijk is voor het hoogspanningsnet, beheert GTS het landelijke transportnet voor aardgas.
GTS vormt daarmee de schakel tussen vraag en aanbod. Gas komt ons netwerk binnen vanuit Nederlandse kleine velden (gaswinning op land en op de Noordzee), pijpleidingen uit bijvoorbeeld Noorwegen, LNG-terminals voor vloeibaar gas en natuurlijk de gasopslagen. Dat gas transporteren wij naar grootverbruikers in de industrie, de elektriciteitscentrales, de verbindingen met Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk en de regionale netbeheerders die het gas vanuit ons hoofdnet tot bij de mensen thuis brengen.
In zestig jaar hebben we een flexibel systeem opgebouwd dat goed met een wisselend aanbod van gas uit alle windstreken kan omgaan. Wij zorgen ervoor dat de verschillen in kwaliteit van deze gassen naadloos op elkaar aansluiten. Indien nodig bewerken we het, zodat de eindgebruikers altijd dezelfde kwaliteit krijgen. Onze beschikbaarheid is extreem hoog en het aantal storingsminuten is heel klein. We doen er alles aan om dat zo te houden.
Dit is wat we wél doen, maar ik vind het ook belangrijk te zeggen wat we níet doen, want daar is weleens verwarring over. GTS wint zelf geen gas, handelt niet in gas, is geen eigenaar van de grote gasopslagen en vult die opslagen ook niet zelf. Wij zorgen voor het netwerk, de kwaliteit en het transport van gas. Daarnaast adviseren we de overheid over leveringszekerheid.’
Dat advies over leveringszekerheid. Hoe komt dat tot stand, en wat doet de overheid ermee?
‘Voor ons advies kijken we hoeveel gas er nodig is in een koude winter. We gaan er in onze scenario’s vanuit dat een belangrijke aanvoerroute kan wegvallen. Is er dan genoeg gas voor alle gebruikers in Nederland én voor doorvoer naar bijvoorbeeld Duitsland? Op basis van zo’n stresstest adviseren we hoeveel gas de Nederlandse opslagen moeten bevatten voordat de winter invalt. Dat advies brengen we meestal aan het begin van de herfst uit, voor de winter in het jaar daarna. De minister van Klimaat en Groene Groei neemt dat advies doorgaans over.
Dit voorjaar hebben we een tweede advies gepubliceerd over de weerbaarheid van het energiesysteem. We zien namelijk dat het energiesysteem kwetsbaarder wordt. We hebben sabotage van pijpleidingen meegemaakt, de geopolitieke spanningen nemen toe. Kijk hoeveel LNG er vastzit in de Straat van Hormuz. Daarom hebben we ook gekeken naar wat er gebeurt als de aanvoer van gas langere tijd wordt onderbroken. Onze conclusie is dat Nederland daar onvoldoende op is voorbereid.’
Waarom zijn gasopslagen en vulgraden de laatste jaren belangrijker geworden?
‘De belangrijkste reden voor de gasopslagen is nog altijd het seizoenseffect. In de zomer gebruiken we veel minder gas dan in de winter. Omdat het aanbod van gas doorgaans gelijkmatig is, wordt in de zomer een voorraad aangelegd voor de winter. Die seizoensvoorraad is belangrijker geworden omdat we steeds afhankelijker zijn geworden van import van gas. We weten van tevoren niet hoe streng een winter zal zijn, maar we weten wel dat we ons er ieder jaar op moeten voorbereiden.
De laatste jaren zijn er risico’s bij gekomen. Geopolitieke spanningen en militaire confrontaties kunnen tot onvoorziene en onvoorspelbare verstoringen in de gastoevoer leiden. Daar zijn de seizoensopslagen niet voor bedoeld. Daarom is het belangrijk om een strategische voorraad aan te leggen. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat je die geopolitieke schokken inmiddels wel kunt zien aankomen. Je weet alleen niet exact waar en wanneer. In alle gevallen is het verstandig een buffer achter de hand te hebben.’
De vulgraad van de seizoensbergingen zijn lager dan gebruikelijk. Wat is het doel voor het begin van de winter?
‘Het zijn dagkoersen, maar de vulgraad is nu lager dan we historisch gewend zijn. Het vuldoel voor komende winter is 115 terawattuur, een kleine 12 miljard kubieke meter. Dat stond in het GTS-advies van afgelopen herfst.
Normaal worden de gasopslagen gevuld door marktpartijen. Zij bereiden zich daarmee voor op hun leveringsverplichting voor de winter. Dat kan door gas op te slaan, maar ook door inkoopcontracten af te sluiten.’
Waarom gaat het vullen dit jaar zo moeizaam?
‘Het vullen verloopt dit jaar traag doordat de prijzen hoog zijn en het normale prijsverschil tussen zomer- en wintergas grotendeels is weggevallen. Daardoor is het voor commerciële partijen niet aantrekkelijk om nu gas in te kopen voor de winter.’
Is het vuldoel haalbaar?
‘Het ministerie heeft al een belangrijke stap gezet door Energie Beheer Nederland (EBN) te vragen om gas in te kopen voor de opslag. Als marktpartijen het laten afweten, dan is het juist goed dat een staatsbedrijf als EBN voor een deel kan bijspringen. De rest moet van de markt komen.’
Gasunie pleit voor een strategische gasreserve in bestaande opslagen, het liefst in Europees verband. Waarom de voorkeur voor een Europese aanpak?
‘Dat is heel simpel. De gasopslagen liggen waar ze liggen, dat is geologisch bepaald en Nederland heeft veel capaciteit om gas op te slaan. Door de uitstekende gastransportverbindingen met de landen om ons heen vervullen deze opslagen een belangrijke functie in de Noordwest-Europese gasmarkt. Daarom is het logisch de kosten samen te dragen, want het gastransport stopt niet bij de grens.
Een strategische reserve zorgt ervoor dat we een onvoorziene, langdurige verstoring kunnen opvangen. Als er iets gebeurt, wil je in Europa een maand of drie kunnen doordraaien. Het hele Europese systeem is daar nu onvoldoende op voorbereid, dus de oplossing moet je ook Europees organiseren.’
Hoe past meer gasopslag bij de energietransitie? Zit het aanleggen van gasvoorraden de afbouw niet in de weg?
‘Dat ligt genuanceerd. Naarmate we meer met zon en wind opwekken, wordt de gasvraag minder, maar ook grilliger. Als het waait en de zon schijnt, hebben we nauwelijks gas nodig. Maar als dat wegvalt, moeten de gascentrales plotseling volop bijspringen om stroom te leveren. Die gascentrales blijven belangrijk voor de energievoorziening.
Daarom is in Nederland onlangs een systeem ingevoerd waarbij elektriciteitscentrales een vergoeding krijgen, omdat ze steeds minder uren draaien maar wel beschikbaar moeten blijven.
We merken over de hele linie dat aardgas langer nodig blijft dan we eerder dachten. Zolang die afhankelijkheid er is, zullen we de beschikbaarheid dan ook goed moeten regelen.’
Nederland is sinds de sluiting van het Groningenveld grotendeels afhankelijk van import. Hoe kwetsbaar maakt ons dat, en wat doet GTS om het systeem weerbaar te houden?
‘Die kwetsbaarheid is er, en zal voorlopig ook blijven. Vroeger hadden we een heel divers systeem, met gas uit Groningen, uit Rusland, uit de eigen kleine velden, uit Noorwegen en LNG van over de hele wereld. Daar zijn nu, naast de afnemende Nederlandse kleine velden, nog twee dominante bronnen van over: Noorwegen en LNG uit de Verenigde Staten. Daarmee is het systeem minder divers en dus kwetsbaarder geworden.
Ons netwerk is goed voorbereid op een koude winter, maar minder goed op verstoringen in de routes die we nog over hebben. Wij monitoren de situatie voortdurend, en brengen risico's in kaart. We doen stresstesten, en adviseren de overheid. En als we zien dat de weerbaarheid tekortschiet, dan agenderen we dat, zoals we dit voorjaar hebben gedaan.’
Welke ontwikkelingen en maatregelen ziet u de komende jaren als doorslaggevend om de leveringszekerheid in Nederland te borgen?
‘Een strategische reserve is wat mij betreft doorslaggevend. Daarnaast kijk ik naar Noorwegen. Daar wordt veel geïnvesteerd om de gasproductie langer op dit hoge niveau te houden, en we zouden met de Noren langjarige contracten kunnen afsluiten. Wij willen zekerheid van aanbod, security of supply, en de Noren willen zekerheid van vraag, security of demand. Laten we elkaar die zekerheid bieden. Dat maakt het systeem aan beide kanten steviger.
Tot slot moeten we zorgen dat het transporttarief van het Nederlandse gasnetwerk betaalbaar blijft, zodat Nederland haar hubpositie behoudt en aantrekkelijk blijft voor marktpartijen om gas te leveren.’
Wat doet Gasunie Transport Services?
Wel:
Het landelijke gastransport beheren, het systeem monitoren en balanceren, geopolitieke risico's duiden en de minister van Klimaat en Groene Groei adviseren over de gasleveringszekerheid.
Niet:
Gas winnen, in gas handelen, de prijs bepalen, grote bergingen in eigendom hebben of de opslagen zelf vullen. Dat laatste is aan marktpartijen, en bij een tekort aan EBN. De minister van Klimaat en Groene Groei beslist.