7 vragen over waterstof op zee
Nieuws
Nieuwe windparken op zee gaan in de toekomst veel duurzame elektriciteit opwekken. Een deel daarvan zal worden omgezet naar waterstof en via pijpleidingen aan land worden gebracht. Waarom eigenlijk en hoe gaat dat precies? En welke rol speelt Gasunie hierin? Zeven vragen en antwoorden over het waterstofnetwerk op zee.
1. Waarom waterstof op zee?
In het Klimaatakkoord is afgesproken om de Nederlandse energie duurzamer te maken. Dit helpt om minder CO2 uit te stoten en klimaatverandering tegen te gaan. Windenergie is een goede manier om dit te doen, maar het heeft veel ruimte nodig. Daarom komen er windparken op zee.
De elektriciteit die via deze windparken wordt geproduceerd wordt via elektriciteitskabels aan land gebracht. Maar, dit wordt steeds moeilijker. Het is kostbaar, de elektriciteitskabels vragen veel ruimte en het elektriciteitsnet heeft beperkte capaciteit. Daarnaast is er een oplossing nodig om voor energie te zorgen als de zon niet schijnt en de wind niet waait. Hier speelt waterstof een belangrijke rol, het is een energievorm die je goed kunt opslaan en transporteren.
Daarom wordt er straks op zee met windenergie waterstof gemaakt, die via (bestaande) pijpleidingen naar land wordt gebracht. Dit is goedkoper dan het aanleggen van elektriciteitskabels en het biedt de mogelijkheid om energie op te slaan in de vorm van waterstof.
Het kabinet zet in op een maximale capaciteit van windenergie op zee van ongeveer 21 GigaWatt (GW) rond 2030, 50 GW in 2040 en 70 GW in 2050. Ter vergelijking: een gemiddelde energiecentrale heeft een capaciteit van 1 GW.
2. Hoe en waar wordt de waterstof geproduceerd?
Waterstof is een gas dat we kunnen gebruiken als energiedrager. Zo kunnen we energie vervoeren of opslaan. Waterstof wordt gemaakt door stroom door water te geleiden. Dit proces heet elektrolyse en het kan zowel op land als op zee gebeuren. Op zee kunnen we daarvoor de opgewekte stroom van windturbines op zee gebruiken. Op die manier produceren we waterstof zonder CO2-uitstoot. Dat noemen we ‘groene waterstof’.
Door middel van onderzoek en testomgevingen moet duidelijk worden hoe we op zee het beste elektrolyse kunnen toepassen. Dit kan in de turbine zelf of op een centrale plek. Deze groene waterstof transporteren we dan via pijpleidingen naar land, het toekomstige Waterstofnetwerk Nederland in.
3. Welke rol is er op zee voor Gasunie?
Gasunie is de beoogde netbeheerder van het toekomstige waterstofnetwerk op de Noordzee. Deze aanwijzing heeft toenmalig minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie in juni 2024 aan de Tweede Kamer laten weten. Jetten benadrukt in een brief over het Energie Infrastructuur Plan Noordzee 2050 dat dit belangrijk is voor het borgen van de publieke belangen. Bovendien geeft de aanwijzing van Gasunie duidelijkheid aan de markt over de beschikbaarheid van infrastructuur. Omdat waterstofproductie op zee een sleutelrol wordt toegedicht in de toekomstige groei van windenergie op zee heeft Jetten Gasunie gevraagd om de eerste stappen te zetten richting het waterstofnetwerk op zee. Zo draagt het waterstofnetwerk bij aan het behalen van de klimaatdoelen, energieonafhankelijkheid en de concurrentiepositie van Nederland.
Dit betekent dat Gasunie straks, net als op land, verantwoordelijk is voor het transport op zee en daarmee de bijbehorende infrastructuur voor waterstof.
4. Welke activiteiten heeft Gasunie op zee?
Wanneer we bij Gasunie spreken over HyOne, bedoelen we de volledige waterstofinfrastructuur die straks, tussen 2030 en 2050, op de Noordzee in bedrijf is. Om deze infrastructuur te ontwikkelen lopen er verschillende projecten en programma’s. Het ene programma buigt zich vooral over de aanlanding van de leidingen en de aanlegtechnieken, terwijl andere projecten focussen op het inrichten van nieuwe windgebieden. We helpen hiermee invulling te geven aan het energiesysteem op de Noordzee en we tonen de haalbaarheid van het waterstofnetwerk aan.
- Zo moet bijvoorbeeld de energie die op zee wordt opgewekt, aangesloten worden op de energie-infrastructuur op land. Gasunie is partner binnen de programma’s Aansluiting Wind Op Zee-Eemshaven (PAWOZ) en Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ). Hierin onderzoekt het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) de mogelijkheden voor kabel- en leidingroutes op zee. Deze routes komen vanaf windparken op de Noordzee naar het vasteland.
- Daarnaast zijn we actief in het werken we mee binnen het programma North Sea Wind Power Hub. Dit programma onderzoekt hoe we in de toekomst energie op zee kunnen opwekken, verzamelen, verbinden en omzetten. Het programma kijkt naar (1) het gebruik van elektrische internationale verbindingen en (2) het op zee omzetten van elektriciteit in waterstof (elektrolyse).
- Voor de verdere uitrol van windenergie op zee richten de Rijksoverheid, Gasunie en TenneT zich op de uitrol via energiehubs. Dit zijn grootschalige windparken waar energie wordt gemaakt. Enerzijds in de vorm van elektriciteit (elektronen) en anderzijds in de vorm van waterstof (door omzetting van elektriciteit naar waterstof). Deze beide energievormen worden vervolgens aan land gebracht. De energiehubs kunnen ook connectiepunten voor internationale verbindingen worden.
- Aangezien de uitrol van waterstof op zee in een ontwikkeltraject zit, heeft de minister van KGG aangekondigd om de uitrol een impuls te geven door te starten met twee demonstratieprojecten op zee, genaamd Demo 1 en Demo 2.
Demo 1 is een waterstofproductieproject op zee van maximaal 50 MW. Het project is naar verwachting rond 2030 operationeel. Demo 2 is de vervolgstap op weg naar grootschalige productie van waterstof op zee. Bij het nog te ontwikkelen windpark zal een elektrolyseproject op zee worden gerealiseerd met een capaciteit van ongeveer 500 MW. Het project is volgens planning in werking in 2033.
Gasunie zal geen rol spelen bij de waterstofproductie uit elektrolyse, maar is nauw betrokken bij beide Demo’s voor de ontwikkeling van de infrastructuur die de waterstof naar land brengt.
5. Hoe houdt Gasunie rekening met de natuur op en in de Noordzee?
De Noordzee wordt intensief gebruikt voor verschillende doeleinden. Denk aan activiteiten en sectoren zoals de visserij, scheepvaart, windparken en de aanleg van kabels en pijpleidingen. Deze activiteiten kunnen een aanzienlijke impact hebben op het ecosysteem.
Bij Gasunie ontwerpen we een netwerk dat zoveel mogelijk rekening houdt met de ecologische draagkracht van de Noordzee. Dit betekent simpelweg dat we weten hoeveel menselijke activiteiten de zee kan verdragen zonder dat het ecosysteem beschadigd raakt en daar actief op bijsturen. Als we te veel doen, kan de natuur niet herstellen en gaat het slecht met de flora en fauna onder water.
We onderzoeken daarom de mogelijkheden om zowel natuurbeschermende als natuurversterkende maatregelen te nemen. Dit wordt ook aangemoedigd door wet- en regelgeving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de wet natuurbescherming, Vogel- en habitatrichtlijnen, het visserijbeleid van de EU en andere EU-biodiversiteitsstrategieën en -richtlijnen. Daarnaast is er een Noordzeeakkoord waarin afspraken tot 2030 tussen rijk en stakeholders beschreven staan. Zo geven overheid en stakeholders samen invulling aan de drie grote transities op de Noordzee: energie, natuur en voedsel en de samenhang daartussen.
Het is dus belangrijk om een goede balans te vinden, zodat we de zee kunnen gebruiken zonder het te veel te belasten. Zo blijft de Noordzee gezond en vol leven.
6. Waarom hebben de projecten en programma’s rondom waterstof op zee vaak lange doorlooptijden?
Lange doorlooptijden voor waterstofprojecten op zee zijn te wijten aan verschillende factoren. Zoals de complexiteit van de infrastructuur: denk aan vragen als hoe en waar gaan de leidingen komen, met welke omgevingsfactoren hebben we te maken en kunnen we leidingen hergebruiken? Technologische uitdagingen spelen hierbij natuurlijk ook een grote rol. Er is tijd nodig voor onderzoek, ontwikkeling en testen. Alleen zo bouwen we een betrouwbare, duurzame en veilige infrastructuur.
Bij grootschalige waterstofprojecten gaat het om flinke investeringen. Financiering en geldstromen vragen veel aandacht en precisie. Daarnaast kan het verkrijgen van vergunningen veel tijd kosten, vooral omdat waterstofprojecten op zee vaak nieuwe technologieën en methoden omvatten waarvoor de wet- en regelgeving nog niet volledig vastligt.
Het is belangrijk om de omgeving actief te betrekken in dergelijke projecten. Ook dit vraagt tijd om de juiste informatie en communicatielijnen te verzamelen. Tenslotte werken we in de waterstofprojecten op zee veel samen met verschillende partijen, waaronder overheden, bedrijven en onderzoeksinstellingen. Goede samenwerking is hier van groot belang en de onderlinge afstemming kan complex en tijdrovend zijn.
7. Welke invloed hebben belanghebbenden, hoe worden zij betrokken?
Personen en organisaties die een reden hebben om bij onze projecten of programma’s betrokken te worden, noemen we belanghebbenden. Zij worden goed betrokken bij de verschillende waterstofprogramma’s. Denk aan omwonenden, maar ook aan natuur- en milieuorganisaties, de visserij & scheepvaart, maatschappelijke organisaties, overheden en nog wel meer.
Een concreet voorbeeld zien we bij het programma VAWOZ. Hier is de centrale vraag hoe en waar de energie vanuit nog te bouwen windparken op zee het beste aan land kan worden gebracht. In het voorjaar van 2024 lag het concept-onderzoeksplan VAWOZ ter inzage. Na publicatie kon iedereen die dat wilde, reageren. Dit leverde in totaal 2.273 reacties op. Met resultaat, want een aantal reacties zorgde voor aanpassingen in het definitieve onderzoekplan. De oplevering van dit plan wordt gezien als een belangrijke mijlpaal in het programma. Gasunie - samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei, TenneT, Rijkswaterstaat en provincies- ziet dit dan ook als aan waardevol inspraakinstrument voor alle betrokkenen.
Ook organiseren de programma’s meerdere bijeenkomsten voor belanghebbenden. Niet alleen om hen te informeren, maar ook om input te vragen voor mogelijk geschikte routes en locaties om de kabels en leidingen aan land te brengen. Op deze manier gebruiken we hun kennis en krijgen we inzicht in de verschillende belangen. Zo komen we tot de beste oplossingen die door veel belanghebbenden worden ondersteund.