Spring naar inhoud

CO₂ afvangen is een tijdelijke oplossing in de energietransitie

Door CO2 af te vangen tijdens een industrieel productieproces of uit de rookgassen na de productie, wordt voorkomen dat dit broeikasgas in de atmosfeer terechtkomt. Dit gaat  klimaatverandering tegen. CO2 afvangen is de eerste stap bij CCS (Carbon Capture and Storage). Na het afvangen wordt de CO2 getransporteerd en opgeslagen in lege gasvelden onder het Nederlandse deel van de Noordzee. Gasunie ontwikkelt de infrastructuur die dit transport mogelijk maakt.

CO₂ afvangen in het kort

  • Het bedrijf dat CO2 uitstoot, is verantwoordelijk voor het afvangen van de CO2.
  • CO2 afvangen kan tijdens het productieproces gebeuren of nadien, uit het rookgas.
  • Hierna volgt het transport en de opslag van de CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee.
  • De inzet van CCS is noodzakelijk om klimaatverandering tegen te gaan.
  • CCS is momenteel een economisch haalbaar alternatief omdat de emissierechten duurder zijn geworden.
  • CCS vindt wereldwijd al op verschillende plekken plaats.

Met CCS zorg je ervoor dat CO₂ niet in de atmosfeer terechtkomt

CO2 afvangen is het scheiden van CO2 tijdens het productieproces of uit het rookgas na de productie. Rookgas is het gas dat bij de verbranding of vergassing van een fossiele brandstof, zoals olie of aardgas, vrijkomt. Door het afvangen van de CO2 komt dit broeikasgas niet in de atmosfeer terecht.

Dit is de eerste stap van CCS (“Carbon Capture and Storage”), het afvangen en opslaan van CO2 of CCU (“Carbon Capture and Utilisation”), het afvangen en hergebruik van CO2.

Pre-combustion en post-combustion: verschil tussen moment van CO2 afvangen

Bij het afvangen van CO2 wordt gebruikgemaakt van drie verschillende technieken: pre-combustion, post-combustion en oxyfuel combustion.

Bij pre-combustion vindt het afvangen van CO2 plaats tijdens het productieproces. Deze techniek wordt bijvoorbeeld ingezet bij de productie van waterstof met behulp van aardgas. Daarbij scheidt men CO2 door het te absorberen met actieve kool.

Bij post-combustion vangt men de CO2 af uit de rookgassen na de verbranding van aardgas (of kolen of afval).

Bij oxyfuel combustion wordt het rookgas verbrand met behulp van pure zuurstof. Na dit proces wordt het gas gefilterd en blijft CO2 over.  

CO₂ afvangen is noodzakelijk om klimaatverandering tegen te gaan

In 2030 wil Nederland 55% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Een deel van die reductie is haalbaar door het gebruik van fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame alternatieven zoals zon- en windenergie.

Voor bepaalde industriële processen waarbij bijvoorbeeld extreem hoge temperaturen vereist zijn, zijn die duurzame energiebronnen geen haalbaar alternatief. Daarom zoekt men hard naar andere oplossingen.

Tot het moment dat een duurzamer alternatief ontwikkeld is, kan de uitstoot echter wel gereduceerd worden door de vrijgekomen CO2 af te vangen en op te slaan.

In de tussentijd is het gebruik van fossiele brandstoffen nog onvermijdelijk voor deze industriële processen. Om de gestelde klimaatdoelen te behalen in 2030 is het afvangen van CO2 daarom noodzakelijk. CCS is een tijdelijke oplossing om de uitstoot van CO2 te beperken en zo klimaatverandering tegen te gaan. Hiermee hebben we gelijk impact en niet pas op langere termijn.

Kosten CO₂ afvangen, transporteren en opslaan vergelijkbaar met kosten emissierecht

De verwachting is dat de kosten voor het afvangen, transporteren en opslaan van een ton CO2 de komende jaren zullen dalen terwijl de prijs van een emissierecht (het recht om een ton CO2 te mogen uitstoten) waarschijnlijk zal stijgen.

Emissierechten waren lange tijd een stuk goedkoper dan de kosten voor CCS. Daardoor kwam CCS niet goed van de grond. Doordat Europa emissierechten uit de markt is gaan halen, is de prijs van een emissierecht de afgelopen jaren gestegen. Hierdoor is CCS ook financieel een goed alternatief geworden.

Bovendien stimuleert de Nederlandse overheid CCS via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++) door subsidie te geven voor het prijsverschil tussen uitstoot en afvang en opslag.

CO₂ afvangen vindt onder meer plaats in Noorwegen, Canada en de VS

Wereldwijd vindt op verschillende plekken op veilige wijze het afvangen en opslaan van CO2 al plaats. Zo wordt in Noorwegen op twee plaatsen CCS ingezet om CO2 permanent op te slaan in lege aardgasvelden, net zoals dat het plan is in Nederland. Ook in Canada en de Verenigde Staten bestaan vergelijkbare CCS-projecten.

Transport, opslag of hergebruik van CO₂

Het bedrijf dat CO2 uitstoot is zelf verantwoordelijk voor de afvang ervan. Na deze eerste stap vindt het transport van de CO2 plaats naar een compressor. Dat kan rechtstreeks via pijpleidingen of per schip. Dat laatste gebeurt wanneer de afstand te ver is voor het leggen van pijpleidingen of het volume beperkt is.

De compressor brengt de CO2 op druk waardoor een mengvorm ontstaat van vloeibaar en gasvorming CO2. Daardoor is het gas beter te transporteren. Vervolgens gaat de CO2 via pijpleidingen naar zee.

De opslag van CO2 vindt plaats in lege gasvelden onder de Noordzee. Door de winning van aardgas is de druk in de poreuze ruimtes steeds lager geworden. De druk zal door de injectie van CO2 weer toenemen tot maximaal de oorspronkelijke druk van het veld.

Gasunie verzorgt de infrastructuur voor CCS

Gasunie speelt een grote rol bij de infrastructuur die nodig is voor het transport van CO2. Gasunie is partner in verschillende CCS-projecten zoals Porthos en Aramis. Ook onderzoeken Gasunie, Vopak en Gate terminal de haalbaarheid van de bouw van een zelfstandige terminal voor ontvangst en levering van vloeibare CO2 op de Maasvlakte (project CO2next). Daarnaast is er de samenwerking in Delta Rhine Corridor. Hier is het voornemen om meerdere buisleidingen aan te leggen voor transport van onder meer waterstof, aardgas en CO2.